De afgelopen dagen is er nogal wat heibel geweest m.b.t. pedofiele priesters, maar vooral dan de ronduit hypocriete houding van sommige van onze kerkvaders en de organisaties die er nauw bij aanleunen. ‘Wir haben es nicht gewusst’, daar komt het zo’n beetje op neer. Terwijl ik zelfs in mijn nabije omgeving mensen ken die er a) van dichtbij mee te maken hebben gehad of b) mensen kennen die zo’n nare priesterervaring achter de rug hebben. Het moet verschrikkelijk zijn als het ‘instituut Kerk’ alles achteraf weer netjes onder de mat wil vegen.
Al een geluk dat er op radio en tv ruim aandacht aan wordt besteed. Dat men zich bij diverse kerkelijke instanties eindelijk eens gaat bezinnen over de toekomst en vooral dan over het feit hoe men dit ‘probleem’ gaat trachten op te lossen. Ik heb het trouwens altijd al onzinnig gevonden dat men dat ‘verplichte celibaat’ zo hardnekkig blijft verdedigen. Als je zo’n onnatuurlijk aspect al eeuwen uitdraagt, dan krijg je dit soort wantoestanden waarbij jonge, weerloze mensen voor hun leven worden getekend door toedoen van gefrustreerde kerkvaders hier en daar. Vandaag in NRC Handelsblad trouwens een gedicht hierover door ‘dichter des vaderlands’ Ramsey Nasr.
Broeders van liefde
Probeer het eens. Je neemt een kind op schoot
zo’n ding dat nog doorschijnend is en broos
liefst blind en doof. Geslachtloos bijna.
Het zit daar maar. Een zuiglam voor het oog.
Pak nu het hoofdje. Leid het zacht omlaag
tot aan de uitgang onzer naastenliefde.
Schuif het, prop het erdoor desnoods, niet bang zijn.
Vandaag mag het. Er zijn geen ouders bij.
Dit is de kracht van elk geloof. Te groot
om te bevatten stoot het vroeg of laat
tot daar waar wij ons soeverein nog dachten. Ze zeggen: God werkt slechts met onze handen.
Wel God, dit kun je dan: een kind van acht
mishandelen en jaar na jaar verkrachten.
