Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (67)   Leave a comment

boeken lezen, een aanrader

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

N.a.v. een bericht van opiniemaker Noël Slangen in Het Belang van Limburg enkele weken geleden vond ik het een ideale gelegenheid om er hier ook eventjes mijn licht over te laten schijnen. Het kwam kort gezegd hier op neer. Het algemene niveau van ons onderwijs gaat terug achteruit en dat is een kwalijke evolutie. Zo blijkt een groot percentage van onze leerkrachten Nederlands jaarlijks geen enkel boek te lezen. Dat is hetzelfde als een kok in een restaurant zonder hotelschoolopleiding, een slager die geen vlees lust of een bakker die nooit brood eet. Hoe kan je nu een beroep uitoefenen tot je pensioenleeftijd als er geen passie is? Ikzelf stam nog uit het tijdperk dat er in de laatste graad van het middelbaar onderwijs een verplicht literatuurlijstje bestond voor het vak Nederlands. Ondertussen zijn die lijstjes niet meer verplicht, al moeten de leerlingen uiteraard wel nog een boek/boeken lezen. Op mijn werkplek merk ik het steeds meer: studenten komen zelf vragen om hen een boek aan te raden dat aan een aantal restricties is gebonden. Of ze komen met een lijstje waarop een tiental titels staan (meestal van minder recente oorsprong). Dat is niet het ergste, wetende dat het vaak over klassiekers in het genre gaat. Het feit dat zo’n vakleerkracht slechts tien titels suggereert voor pakweg tachtig studenten zorgt ervoor dat de vraag véél groter is dan ons aanbod. Een collega van mij had onlangs een moeder aan de lijn die online gezien had dat wij één van de vijf Vlaamse bibliotheken waren die een bepaalde titel in voorraad hadden. Het ging om een boek dat in ons magazijn stond en was uitgebracht in … 1998. Al lachend zei ze tegen de dame aan de telefoon dat ze die leerkracht gerust mocht melden dat er na 1998 nog andere boeken waren geschreven. Niet dat ik voor de toekomst veel beterschap verwacht. Was vroeger dan alles beter? Ik ben geneigd om daar ‘JA’ op te antwoorden. Als kind heb ik altijd graag gelezen, misschien wel meer dan het gemiddelde kind. Na mijn twaalfde levensjaar is er ook bij mij eventjes wat leesmoeheid ingeslopen. In het tweede of derde middelbaar herinner ik mij één boekbespreking van ‘De negerhut van oom Tom’ (ondertussen afgekort tot ‘de hut van oom Tom’ om begrijpelijke redenen) van Harriet Beecher-Stowe. Tot we in het vijfde middelbaar plots les kregen van Pierre Bosmans, tegenwoordig Pedro Bosmans alias Biegel. Die gaf ons al in het begin van het schooljaar een serieuze leeslijst met behoorlijk wat titels. Hij overliep het hele lijstje snel en vertelde er terloops nog even bij wat we ervan konden verwachten. Als een boek eerder bedoeld was voor ‘ervaren lezers’ dan stond er een * bij. Zo kwam je nooit voor verrassingen te staan. Het semester erna mochten we ons toeleggen op poëziebundels. Natuurlijk was er ook de verplichting om zeker een Claus, Mulisch, Reve of W.F. Hermans te lezen want dat was toch de crème de la crème van ons taalgebied. Of we ons lectuurverslag zelf schreven of gewoon afpenden van een ijverige medeleerling speelde in dat geval geen rol. Met één gerichte inhoudsvraag (die van belang was) had hij al een aardig idee of iemand het boek effectief had gelezen. Voor mij was lezen op dat moment geen opgave, al had ik snel uitgemaakt dat ik niets van Ernest Hemingway zou nemen. Bosmans had namelijk dadelijk laten doorschemeren dat dit zijn favoriete auteur was. De literatuurlijst van Guido Cornelissen één jaar later was een stuk beperkter, maar ook vrij actueel. Toen het al lang niet meer nodig was, heb ik nog vaak teruggegrepen naar dat mooie literatuurlijstje van Bosmans (de romansectie, niet het poëziegedeelte). Ik schat dat ik bijna 90 % van die lijst uiteindelijk heb gelezen. Om maar te zeggen: als je je vak met liefde kan doceren, dan volgt de interesse bij de studenten achteraf vanzelf! 😉

Posted 09/04/2019 by ambijans in Algemeen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: