Archive for 05/07/2019

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (80)   Leave a comment

praterpark wenen

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Onze zomervakantie van 1989 is er eentje die we niet licht zullen vergeten. Het was een vakantie in twee etappes, die ons via een tussenstop in Wenen uiteindelijk aan het Balatonmeer (in het plaatsje Vonyarcvashegy) zou brengen. In onze auto zaten mijn ouders, mijn broer, een nicht én ikzelf. In een andere wagen zaten mijn tante en nonkel. Onze eerste halte was dus de hoofdstad van Oostenrijk, Wenen. We verbleven ter plaatse in een soort van groot oud herenhuis waarin een Limburgse priester (familie van kennissen) woonde. Zijn huis was zo groot dat je er haast in leek te verdwalen. Toen wij er waren ving hij bijvoorbeeld ook een Pools echtpaar op, dat nogal wat issues had. Maar dat is verder niet relevant voor mijn verhaal. Overdag liepen wij langs alle bezienswaardigheden die Wenen rijk was, waarna we ons op het einde te goed deden aan de plaatselijke specialiteit zijnde Sachertorte. Nu moet ik zeggen dat ik die lekkernij toen al zwaar overroepen vond. ’s Avonds maakte de Limburgse priester het bij hem thuis reuze gezellig. De man kon aangenaam vertellen en tijdens die verhalen keek hij niet op een fles rode wijn meer of minder. Het was m.a.w. supergezellig! Hij was blijkbaar ook lid van de vrijwillige brandweer, een plek waar hij ons ook mee naartoe nam voor een rondleiding. De horrorverhalen over uitgebrande wagens met lijken in (inclusief foto’s voor de liefhebbers!) vormden ook een nogal luguber onderdeel van zijn exposé. Gelukkig speelde mijn nicht dan op één of andere verdieping in het huis (waar een mooie piano stond opgesteld) een ludiek riedeltje, zodat wij (toen 17 jaar oud) met een gerust gemoed konden gaan slapen. 😉 Wat ik ook altijd ben blijven onthouden: ons bezoek aan het Praterpark met het legendarische reuzenrad, die o.a. voorkomt in de film ‘The third man’ van Carol Reed. Uiteraard hebben we daar eens ingezeten. Na enkele dagen zegden we Wenen vaarwel om koers te zetten richting Hongarije. We hadden op een bepaalde plek afgesproken met de eigenaars van het huisje, waarin we een tijdje zouden verblijven. Ter plaatse werden we effectief opgewacht door een echtpaar in een Trabantje. De man des huizes demonstreerde ons zelfs de stevigheid van zijn autootje, omdat hij zag dat we het een nogal grappig ding vonden. Onze vakantie ginds werd bekrachtigd door het drinken van wat schnaps. Voor mijn gevoel zijn we maar enkele dagen in Hongarije geweest, in werkelijkheid was het toch iets langer. Ik herinner mij een bezoek aan het Balatonmeer (waar mijn broer en ik met een miniwoordenboek Hongaars) contact wilden leggen met wat plaatselijke meiden op het strand. Meer dan wat gegieber van hun kant was er niet mogelijk. Op straat werd je soms door plaatselijke mensen aangesproken om hun plaatselijke munt om te wisselen in iets anders. In de winkels waren er véél lege schappen of er was precies gerantsoeneerd tot het hoogstnoodzakelijke. Het zou de voorbode zijn van de latere val van de Berlijnse Muur enkele maanden nadien in november 1989. Op zekere dag hoorden we ginds dat de gezondheidstoestand van mijn grootvader (90 jaar op dat moment) niet zo goed was. Mijn tante schoot onmidddellijk in een huilkramp. Toen ze aan haar zoon (mijn neef) vroeg of we niet beter naar huis kwamen, zei die dat het misschien de beste oplossing was. Mijn nicht (familie van moeders zijde) had verder geen uitstaans met die familiekwestie, dus zij bleef gewoon ginds. Ze zou later op eigen houtje nog naar Boedapest reizen en daarna terug naar ons land. De droeve boodschap van mijn grootvaders toestand had eigenlijk een nefaste uitwerking op mijn tantes autorijkunsten. Ze begon plots als een bezetene (160 km/u) over de autosnelweg naar huis te rijden. Volgens mij zijn we enkel nog gestopt om te tanken, voor de rest had mijn tante geen aandacht. Mama en papa vonden die dollemansrit naar huis allesbehalve gezellig … en dan zwijgen we nog over de veiligheid. Toen we ’s avonds in Zonhoven arriveerden, stond mijn neef ons al op te wachten. Mijn grootvader was helaas al gestorven vóór we uit Hongarije waren vertrokken. Mijn tante stortte op dat moment in, wij gingen daarna vrij snel ons bed in. Wij zijn dus ooit in Hongarije geweest, maar het zal wellicht tot in de eeuwen der eeuwen onze kortste zomervakantie ooit blijven!

Posted 05/07/2019 by ambijans in Algemeen