Archive for 02/09/2019

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (85)   Leave a comment

de rups als insect mag, die van de kermis liever niet

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Binnen enkele weken is het weer terug Hasselt kermis, iets waar de jongere medemens ongetwijfeld al reikhalzend naar uitkijkt. Ik ben nooit écht kermisminded geweest, net zoals ook pretparken niet meteen mijn ding waren (weliswaar iets minder uitgesproken). Toen ik een jaar of acht was (in 1980 ergens), heb ik mijn kermistrauma opgelopen. Ik had een Hasseltse neef die duidelijk wél een fan was van het kermisgebeuren. Hij wist mij te overtuigen om met hem een ritje in de rups te maken. Waarschijnlijk heb ik ook redelijk snel ja gezegd, omdat ik toch niet uit de toon wilde vallen. Ik zal het hem dan ook nooit verwijten dat hij mij toen het voorstel deed. Je moet je voorstellen dat ik in eerste instantie nog parmantig de trapjes opliep samen met hem en vervolgens rustig mijn plaats innam en nog snel naar mijn ouders zwaaide vooraleer de rups zich in beweging zou zetten. Ik wist waar mama en papa ongeveer stonden in de meute, maar vanaf het moment dat de rups serieus snelheid begon te maken was mijn eerste zorg ‘overleven’. Ik zag mezelf aan een rotvaart rondjes maken en de tent binnen en buiten rijden. Mijn neef genoot met volle teugen en vertelde me tijdens de rit dat ik wat meer moest rondkijken, maar ik bleef stokstijf, badend in het zweet recht voor mij uit kijken. Toen op zeker ogenblik de attractie bijna stil kwam te staan, prutste ik al aan mijn beveiliging om mezelf zo snel mogelijk te bevrijden. ‘Hé, ’t is nog niet gedaan hoor!’ sprak mijn neef. ‘Euh, we staan toch stil?’ Mijn woorden waren nog niet koud of de rups zette zich in een achterwaartse beweging. Ik beleefde ‘de hel’ nog eens opnieuw. Toen we eindelijk stil stonden werd ik door mijn neef naar de uitgang begeleid. Mijn gezicht was ondertussen krijtwit geworden, het angstzweet parelde nog steeds op mijn voorhoofd en ik vertoonde de fysieke kenmerken van iemand die stomdronken over de straat laveerde. Tot zover mijn herinnering aan de kermis. Ik ben er later uiteraard nog wel eens overgelopen, maar de heftige attracties liet ik steevast aan mij voorbijgaan. Later heb ik mijn vrees een beetje overwonnen, toen ik in de jaren ’90 eens met mijn nichtjes aan de voet van het Atomium (Bruparck?) zowel mijn hoogtevrees (het reuzenrad) als in de achtbaan (mijn afkeer voor snelheid) onder controle kreeg. Ik zal zelf nooit spontaan opperen om naar een pretpark te gaan, maar mocht het jaren na datum toch eens gebeuren, dan zal ik er niet meer uitzien als die bange wezel die ik op mijn achtste was.

Posted 02/09/2019 by ambijans in Algemeen