Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (90)   Leave a comment

straf(studie) hoeft niet altijd saai te zijn

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Mijn volledige schoolcarrière was nogal aan de lange kant, mede door mijn eigen schuld. Hierdoor werd de kans op straf uiteraard groter. Toch kan ik me maar twee straffen herinneren die bijzonder waren. Zo kreeg ik in het tweede middelbaar eens straf (samen met nog iemand anders) van onze toenmalige klastitularis. De man gaf ons ook wiskunde en hij stond bekend als ‘zéér streng’. Zó streng dat nogal wat mensen een serieuze schrik van hem hadden. Het ging zelfs zo ver dat er op school nogal wat horrorverhalen de ronde deden. Zo werd bijvoorbeeld beweerd dat hij eens ooit iemand zo hard had geslagen, dat de initialen van zijn zegelring in diens gezicht stonden. Als je 14 jaar bent en toch redelijk braaf, dan pas je wel twee keer op om zo weinig mogelijk conflicten te krijgen met de man in kwestie. Hij is ondertussen alweer bijna twintig jaar dood, maar ik heb er toch een heel schooljaar schrik van gehad. Elk semester (denk ik) gingen we ofwel naar de kerk of er werd een soort van viering geënsceneerd in de turnzaal. Het moet ergens zijn geweest vlak vóór het rapport van de paasvakantie dat we in het centrum naar de kerk moesten. Ik zat langs één van mijn klasgenoten en vrijwel alles wat rond ons gebeurde of wat er werd gezegd tijdens de mis zelf gaf aanleiding tot lachen of om er commentaar op te geven. Ik was 14 en toen al lachte ik het geloof blijkbaar weg. Omdat er ook niemand iets kwam zeggen in onze rij voelden we ons een beetje ‘the untouchables’, maar na de mis zou het lachen ons al snel vergaan. We waren nog maar net op de terugweg naar school of we werden al door onze wiskundeleerkracht op de schouder getikt. ‘Heren, willen jullie na het overhandigen van de rapporten dadelijk allebei nog eventjes blijven zitten in de klas?’ Slik! We wisten meteen hoe laat het was. De ergste scenario’s spookten al door mijn hoofd, maar ik probeerde zo goed en zo kwaad als het ging mezelf te kalmeren. Terug in de klas leek er geen vuiltje aan de lucht, want iedereen kreeg vervolgens netjes zijn rapport uitgedeeld. Iedereen mocht beschikken, wij mochten vooraan vlak bij hem komen zitten. ‘Vertel eens jongens, wat was er nu zo geweldig grappig daarnet in de kerk? Ik zou het eens graag willen horen, dan kan ik misschien ook mee lachen!’ We keken allebei bedrukt naar beneden. We wisten er geen zinnige verklaring voor te verzinnen. Van een grote woedeuitbarsting van de leerkracht was geen sprake, hij bleef (voor zijn doen) opmerkelijk kalm. Nadat we snel iets hadden gestameld, haalde hij onze schoolcode boven. ‘Die mag je 10 x overschrijven en mij na de vakantie zonder fout bezorgen.’ Daarna werden we wandelen gestuurd. Na de vakantie leverden we onze ijverig overgepende epistels in, waarna ze zonder blikken of blozen rechtstreeks in zijn vuilbak verdwenen. Ik weet nog dat ik op het einde van het schooljaar (hoewel ik geslaagd was) niet ben durven meegaan naar het uitdelen van het eindrapport. Mijn moeder is er toen alleen naartoe geweest. Ik was als de dood dat hij tijdens het korte onderhoud ‘de kerkfarce’ ter sprake zou brengen. Straf nummer twee volgde één of twee jaar later tijdens een les Nederlands. De vrouwelijke leerkracht had me al diverse keren gewaarschuwd dat ik moest stoppen met babbelen of er zou straf volgen. Niet veel later had ik het aan mijn rekker. Ik mocht een opstel schrijven, dat moest een bepaald aantal bladzijdes tellen en er moest o.a. in voorkomen hoe ik mij moest gedragen in de klas. Omdat ik toen al graag schreef was dat natuurlijk een kolfje naar mijn hand. Ik nam een blad en noteerde daar grofweg een tiental redenen/argumenten op om in de toekomst een betere student te worden. Daarna schreef ik bij elk van de redenen een ludiek stuk tekst om het geheel wat in te kleden. Hierna leverde ik het werkstuk terug in. De volgende les kwam de leerkracht mij met een ‘big smile’ vertellen dat ze mijn opstel met buitengewoon veel plezier had gelezen. Het verhaal kreeg zelfs nog een grappig staartje. Mijn opstel verscheen integraal (met wat extra duiding) in het personeelsblad van de LILAC, de plaatselijke zuivelfabriek (waar haar echtgenoot werkte). Ze heeft mij toen zo’n nummer cadeau gedaan (maar dat is achteraf helaas in de vuilbak beland). Waarmee meteen is bewezen dat straf niet altijd nutteloos én saai hoeft te zijn …

Posted 18/10/2019 by ambijans in Algemeen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: