Archive for 04/01/2020

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (100)   Leave a comment

de komende maanden verhuizen wij

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Een stuk of honderd herinneringen hadden we gezegd, we zitten nu aan dat aantal dus tijd om er een eind aan te breien met waarschijnlijk de herinnering die het minst lang geleden is, ik gok ongeveer een kwarteeuw geleden. Omdat ik straks ook met verhuisperikelen te maken krijg, hét ideale einde van deze reeks. Ik hing op een zaterdag thuis wat rond, wanneer mijn vader met véél drukte plots kwam binnengelopen. ‘Kom, doe snel je jas aan. Dan kan je mee helpen verhuizen in Antwerpen.’ ‘Huh? Verhuizen? Vandaag?’ Mijn tante ging die dag haar appartement in Antwerpen leegmaken, zodat ze kon verhuizen naar Limburg. Haar nieuwe huurders konden er daarna intrekken. Ik stond daar op dat bewuste moment in mijn nette kleding, maar daar had mijn vader geen oren naar. ‘Maakt niks uit, je moet enkel maar meubels helpen dragen en ze zo helpen verhuizen van boven zodat we die in de bestelwagen kunnen steken.’ ‘Oké, gaan we dadelijk vertrekken?’ Ja dus, de blik van mijn vader verraadde dat er spoed achter gezet moest worden. Buiten zat mijn nonkel al klaar achter het stuur van een lichte vrachtwagen, waar we alles in moesten laden. Blijkbaar wilden ze zo snel mogelijk naar Antwerpen. We zaten in de late namiddag, dus op die manier konden we nipt de files én de mogelijk invallende duisternis zo veel mogelijk vermijden. Dat we op zeker moment toch in de file stonden konden we niet voorkomen. In de schaduw van het Antwerpse Bosuilstadion werd de vrachtwagen geparkeerd waarna we richting appartement wandelden. Daar stond ondertussen nog een extra helper plus mijn tante ons op te wachten. Hierna moest er stevig getild én gedragen worden richting bestelauto. Toen we klaar waren was het al serieus donker. ‘Heeft er iemand honger?’ vroeg mijn tante (alsof ze mijn knorrende maag al in actie had gehoord). ‘Bwah, ja … toch al een beetje.’ ‘Wat denk je, zullen we gaan chinezen bij Swatow in Deurne?’ ‘Buh, ik ken het niet maar het klinkt goed’, antwoordde ik maar. Ik keek eens rondom mij en ik zag mijn vader en nonkel in hun werkkleding, mijn tante in werktenue en de extra helper met zijn petje en zijn werkoverall vol verfspatten. En ik stond daar casual in jeans en dikke trui gewoon tussen als een vreemde eend in de bijt. ‘Maar dan moet iedereen zich eerst nog gaan omkleden?’ probeerde ik. ‘Bijlange niet’, sprak mijn tante. ‘Ze kennen mij daar heel goed, ik kom daar vaak’. Dus gingen wij allemaal samen naar het bewuste restaurant. Wij kwamen daar binnen in een redelijk goedgevuld restaurant en voor mijn gevoel keken de mensen die er waren ons van kop tot teen aan omdat we zo’n bont gezelschap waren. De vriendelijke uitbaters maakten er echter geen punt van, zeker niet nadat mijn tante had verteld wat we daarvoor allemaal hadden gedaan. Wij hebben daar die avond héél lekker gegeten (véél ook, ik dan toch!) en we zijn nadat de rekening was betaald rustig terug naar Zonhoven gebold. Het hier genoemde Chinese restaurant (Swatow) zou later nog het decor vormen voor een beruchte overvallersbende (‘de bende van den dikke’) die na een overval op dit restaurant uiteindelijk tegen de lamp zou lopen. Maar da’s uiteraard weer een héél ander verhaal.

Posted 04/01/2020 by ambijans in Algemeen