Archive for oktober 2020

Beste. Film. Ooit. (39) ‘Cinema Paradiso’   Leave a comment

Een beroemde regisseur (Jacques Perrin) keert voor het eerst sinds 30 jaar terug naar zijn dorpje op Sicilië. Hij denkt terug aan zijn jeugd die hij doorbracht in de Paradiso bioscoop waar de projectionist Alfredo (Philippe Noiret) hem de liefde voor de film bijbracht. Hij wordt ook herinnerd aan zijn jeugdliefde Elena (Brigitte Fossey), die hij in de steek moest laten toen hij naar Rome vertrok. Deze Italiaanse-Franse productie uit 1988 (in een regie van Giuseppe Tornatore) won de juryprijs op het Filmfestival van Cannes in 1989 én de Oscar voor beste niet-Engelstalige film. Kort maar krachtig: een mooie film over de liefde én de liefde voor het filmmedium. Vooral de momenten met de jonge Salvatore zijn mij bijgebleven. Het begint nog frivool maar wanneer Salvatore de weg naar volwassenheid heeft ingezet volgt er een ingetogen, maar oprecht liefdesverhaal dat later ook somberder van toon wordt. Knap in beeld gebracht, puike soundtrack van wijlen Ennio Morricone én een prachtig eind dat we hier niet willen spoilen voor alle liefhebbers die ‘m eens willen bekijken. Uiteraard krijg je van ons tot slot nog een trailer van deze film.

Posted 31/10/2020 by ambijans in Film

500 nummers die ik liever niet meer wil horen (herfsteditie)   Leave a comment

Nu we al een flinke portie regen over ons heen hebben gekregen, is het waarschijnlijk hét ideale moment om eens een hele rubriek te wijden aan het barre herfstfenomeen, maar dan op muziekgebied. Het vallen van de bladeren is vaak een aanzet naar serieuze herfstblues of naderende depressies. Wij willen hier zeker geen extra zout in de wonde komen strooien, dus wie denkt dat hij deze editie écht niet aan kan op dit ogenblik, die kan ‘m misschien beter skippen. On a positive note: er zijn ook héérlijke herfstnummers gemaakt in het verleden, maar dan zouden wij ons doel uiteraard mijlenver voorbijschieten. Trek je dus vooral op aan het goede én aan de dingen waar je positieve energie uit haalt. Ik probeer het mezelf ook regelmatig in te prenten als het eens tegenzit. Zalvende woorden hebben héél vaak een hoog Bond Zonder Naamgehalte, maar als ze met tact, liefde én begrip worden uitgesproken kunnen ze absoluut voor extra levensvreugde zorgen. Maar nu snel terug naar de muziek, vóór we rasechte softies worden … 😉

The rain – Oran “Juice” Jones: onze eerste track werd uitgebracht in 1987. Deze Amerikaanse R&B zanger was actief tussen 1986 en 1997. Leuk weetje: de man nam ooit twee singles op met Midori, een zangeres die naderhand nog een boomende pornocarrière zou uitbouwen.

Un soir de pluie – Blues Trottoir: ook ons volgende nummer pikten we uit muziekjaar 1987. Dit Franse duo bestond slechts kort tussen 1987 en 1991. Hierna begonnen beide leden een solocarrière. Sinds 2016 zou de band toch weer terug actief zijn.

It’s raining again – Supertramp: of de radiozender op het werk dit nummer tot vervelens toe uitspuwt omwille van het heersende seizoen of omdat ze het een topschijf vinden is me nooit helemaal duidelijk geworden. Ik herinner me wél nog levendig dat het een megahit was in 1982.

Rain or shine – Five Star: vooral in de jaren ’80 kwam het fenomeen ‘weer’ vaak voorbij. Deze vijf Britse broers/zussen van Jamaicaanse komaf waren het succesvolst tussen 1983 en 1995, waarna er een korte heropflakkering was in 2002-2003. Sinds 2012 is enkel Denise Pearson nog actief lid. Ten goede: de dames waren (naar mijn bescheiden mening) allemaal bloedmooi.

You are my sunshine – Jimmie Davis: onze op één na oudste song van vandaag verscheen in 1939. De Amerikaanse uitvoerder van dit nummer (1899-2000) was singer-songwriter én politicus. Van 1960 tot 1964 was hij de gouverneur van Louisiana voor de Democraten. Hij bereikte de gezegende leeftijd van 101 jaar. In Jan Breydel is dit nummer (weliswaar met aangepaste tekst) een supporterslied geworden.

I can see clearly now – Lee Towers: een cover van de Rotterdamse zanger Leen Huijzer, die oorspronkelijk verscheen in 1972 uitgevoerd door de begin deze maand overleden Johnny Nash. Towers coverde het geval in 1982, maar werd vooral bekend omwille van de kenmerkende armbeweging die de zanger tijdens het zingen ervan steeds maakte.

The rain, the park and other things – The Cowsills: we hebben ook iets uit de sixties in de aanbieding. Deze meerkoppige Amerikaanse familieclan diende als voorbeeld voor The Partridge Family. In 1967 werd dit hun grootste kraker die ettelijke miljoenen keren over de toonbank ging.

Stan – Eminem featuring Dido: in 2000 kwam Slim Shady met dit onding op de proppen. Daarvoor kreeg hij vocale steun van een Britse zangeres die de Ierse nationaliteit had. Het nummer bereikte in véél landen de eerste plaats in de hitparade.

The rhythm of the rain – The Cascades: nog één oldie uit de sixties. Uitgevoerd door een Amerikaanse doowopband die actief was tussen 1962 en 1975. Dit was in 1962 trouwens hun enige grote hit.

Breng eens een zonnetje – Bob Scholte: en we gaan eruit met onze oudste song uit dit lijstje, gefabriceerd in 1936. Mijn grootouders zaliger hadden nogal wat 78-toerenplaatjes van deze Joods-Nederlandse zanger (1902-1983) in hun collectie zitten. Scholte overleefde als enige van zijn gezin en familie het concentratiekamp van Auschwitz.

Posted 30/10/2020 by ambijans in Muziek

50 onderschatte bands/artiesten (185) Benjamin Clementine   Leave a comment

Benjamin Sainte-Clémentine (° 1988) is een Britse artiest, poëet, zanger, componist en musicus. Zijn debuutalbum won in 2015 de Mercury Prize. In februari 2019 werd hij door de Franse regering benoemd tot Ridder in de Orde van Kunsten en Letteren voor zijn bijdrage aan de muziek. Clementine is geboren en getogen in Londen, maar hij verhuisde al snel naar Parijs (op zijn negentiende). Als tiener ging hij al op zijn zestiende van school en later werd hij dakloos, tot de muziek redding bracht. In die tijd was hij als busker actief in bars en hotels. Al snel kon hij meerdere instrumenten bespelen. Terug in Londen maakte hij zijn tv-debuut in ‘Later with Jools Holland’ op de BBC in 2013. Dat zet nogal wat dingen in gang. Nochtans is Clementine naar muzikale normen moeilijk in één vakje te plaatsen omdat zijn stijl nogal eclectisch en intellectueel aanvoelt. Ook in de omgang is de zanger vrij excentriek en eigenzinnig. Dat is waarschijnlijk de reden waarom zijn doorbraak bij het écht brede publiek nog geen feit is. Naast de muziek valt hij ook op door zijn nogal aparte fancy kledingsstijl en zijn liefde voor poëzie. Zijn discografie oogt met twee EP’s en twee full cd’s nog vrij bescheiden.

1. ‘I won’t complain’ (uit ‘Cornerstone’ EP, 2013)

2. ‘Condolence’ (uit ‘Glorious you’ EP, 2014)

3. ‘Winston Churchill’s boy’ (uit ‘At least for now’, 2015)

4. ‘London’ (uit ‘At least for now’, 2015)

5. ‘Nemesis’ (uit ‘At least for now’, 2015)

6. ‘Gone’ (uit ‘At least for now’, 2015)

7. ‘Farewell sonata’ (uit ‘I tell a fly’, 2017)

8. ‘Phantom of Aleppoville’ (uit ‘I tell a fly’, 2017)

9. ‘Jupiter’ (uit ‘I tell a fly’, 2017)

10. ‘Quintessence’ (uit ‘I tell a fly’, 2017)

Posted 29/10/2020 by ambijans in Muziek

‘Greenwood’ (Michael Christie)   Leave a comment

Ze komen voor de bomen. Het is 2038. Jacinda (Jake) Greenwood werkt als een overgekwalificeerde tourgids op Greenwood Island in één van de laatst overgebleven bossen ter wereld na de Grote Droogte. De link tussen het eiland en haar familienaam leek altijd toeval, totdat er iemand met een boek over haar familiegeschiedenis verschijnt. We worden terug de tijd in genomen en ontmoeten de rest van de familie Greenwood: Liam, een gewonde timmerman die zijn dood in de ogen kijkt. Willow, een milieuactiviste die vastbesloten is de zonden van haar vader Harris, ooit een groot houtmagnaat, goed te maken. En Everett, een landloper die een vondeling redt en daarmee het lot van de komende generaties bezegelt … Auteur Michael Christie schreef romans, een verhalenbundel, essays en boekrecensies voor onder andere The New York TimesThe Washington Post en The Globe & Mail. Zijn werk heeft verschillende prijzen gewonnen en is meerdere malen genomineerd voor de Scotiabank Giller Prize. Als voormalig timmerman en sociaal werker voor daklozen woont hij in een zelfgebouwd houten huis met zijn gezin. Greenwood is zijn tweede en meest recente roman.

Posted 28/10/2020 by ambijans in Literatuur

De top 100 boeken (91) ‘We moeten het even over Kevin hebben’ (Lionel Shriver) (2003)   Leave a comment

In deze rubriek gaan we 100 weken lang op zoek naar de honderd beste romans die ik ooit heb gelezen. Over kleuren en smaken valt eigenlijk een hele hoop te redetwisten dus het staat eenieder vrij om het met mij eens/oneens te zijn. Nu we jaarlijks weer (meer dan 40 boeken!) ‘back on track’ zijn qua leesgewoontes moet zo’n all time favouritesleeslijstje zeker lukken. Omdat ik bepaalde genres liever lees dan andere is het onmogelijk om vooraf te beweren dat deze super-de-luxe lijst de maatstaf zal zijn van alle dingen, maar we hopen op het einde toch een vrij representatief en smaakvol overzicht te krijgen. Als uitsmijter krijg je elke week ook één boek dat de 100 niet heeft gehaald, omdat het volgens mij de hype niet waard was.

Vlak voor zijn zestiende verjaardag schiet Kevin Katchadourian in koelen bloede zeven klasgenoten en een leraar dood. Zijn motief: geen. Spijt of berouw van zijn daden heeft hij niet. Omdat hij minderjarig is, is zijn straf mild. Zijn moeder Eva is verbijsterd door de slachtpartij en vraagt zich constant af: waar is het fout gegaan? Ligt de fout bij haar opvoeding of is Kevin zelf door en door slecht? In totale afzondering kijkt ze terug op haar verleden en dat van Kevin. Boeken die diep durven ingaan op de relatie die een ouder (in dit geval een moeder) met haar kind heeft en die vooral de twijfel en donkere kanten belicht, ze zijn dun gezaaid. Vermoedelijk omdat ze er (te) weinig zijn, wat vreemd zou zijn, want dit boek bewijst dat er meer dan genoeg te overpeinzen valt op dit terrein. De moordpartij hangt als een donkere wolk boven de recapitulatie van de moeizame moeder-zoonrelatie d.m.v. brieven van de moeder. Boeiend is dat het vanuit het perspectief van de moeder geschreven is. Dat maakt het relaas subjectief en héél interessant contrasterend met hoe haar omgeving het gedrag van Kevin opvat. Opvoeden blijkt hier vooral een zaak van besluiten nemen op basis van onvolledige informatie en misleidende interpretaties. Het is behoorlijk zware kost, waarbij er pas helemaal op het einde een aantal plotwendingen komen die al het voorgaande in een ander daglicht stellen. Deze roman van Lionel Shriver kreeg in 2011 nog een vrij deftige verfilming.

Laat deze kelk passeren: ‘Het eiland’ (Peter Benchley) (1979)

Posted 27/10/2020 by ambijans in Literatuur

Oorwurm van de week (231)   Leave a comment

Alweer een week voorbij, eentje waarin de maatregelen rond corona opnieuw werden aangescherpt. Voor de horeca kwam er al slecht nieuws, ook wie iets cultureels organiseert krijgt terug restricties opgelegd. Afgelopen dinsdag (tijdens ons dinsdagmenu van Caroline Rigo) verkasten wij naar de polyvalente zaal van de evenementenhal. Daar kon iedereen op ruime afstand van mekaar de lezing bijwonen. Hopelijk kan dat ook voor onze andere twee najaarslezingen op dezelfde manier (met de nodige voorzorgsmaatregelen uiteraard). Voor de rest gaat alles gewoon zijn gang. Ik heb al dinsdagmenu-ideeën voor eind 2021 en op het werk mag alles (uitgezonderd schooluitleningen) min of meer op dezelfde manier doorgaan. De geïmproviseerde leeszaal is terug weg, zelf iets opzoeken kan tijdelijk ook niet meer. Overmorgen komen ze mijn boxsprings leveren op het appartement. Voor de rest staat mijn agenda helemaal blank. Het was ooit anders … hopelijk kunnen we binnen afzienbare tijd terug wat vrijer ademen. Daarom hebben we de muziek vandaag zo zen mogelijk gehouden.

Kagen sound – Luke Abbott: vandaag starten we meteen met onze experimenteelste track van de vijf. Deze Brit maakt niet alleen muziek onder zijn eigen naam, maar heeft ook nog andere projecten. Binnen enkele dagen ligt zijn nieuwste cd ‘Translate’ in de winkelrekken.

Lies – Jonathan Butler: voor onze classic track keren we vandaag terug naar 1987 toen Butler zo’n beetje acteerde op het toppunt van zijn kunnen. Deze ondertussen 59-jarige Zuid-Afrikaan maakt R&B, jazzfusion en praisemuziek. Hij is nog steeds muzikaal actief.

Pocketful of sunshine – The Apartments: vorige week hadden we met Midnight Oil al een Australische band in de aanbieding, deze week trekken we die lijn nog eventjes door. Eind jaren ’70 werd de band opgericht, tussendoor werd verschillende keren de pauzeknop ingedrukt, maar vorige maand was er de release van ‘In and out of the light’.

Tomorrow comes today – Route 8 featuring Quails: als wij aan Hongarije denken dan gaan onze gedachten spontaan naar 1989, het jaar dat we daar onze zomervakantie doorbrachten. Op het Sziget Festival of Balaton Sound zijn we nooit geraakt. De vocals zijn trouwens van Amy Pes, een zangeres uit Sydney. Het nummer staat op het volgende maand te verschijnen album ‘Rewind the days of youth’.

Wander – Kevin Morby: afsluiten doen we vandaag met een 32-jarige Amerikaanse singer-songwriter wiens recentste cd ‘Sundowner’ onlangs verscheen. Hij had onlangs in MOD gestaan, mocht corona er geen stokje voor hebben gestoken. Ook dat werd helaas door onze neus geboord. Morby’s nieuwe cd ‘Sundowner’ kwam onlangs uit. Zelf willen we geen spelbreker zijn, dus spreken we begin volgende week graag opnieuw af voor een gloednieuwe editie.

Posted 26/10/2020 by ambijans in Muziek

Rare jongens, die Japanners!   Leave a comment

Voor ons blogbericht van vandaag keren we nog eens terug naar Japan, waar ik samen met mijn nicht in april 2008 veertien dagen rondtrok door de provincie Honshu. Dit bizarre verhaal heb ik hier nooit eerder verteld, maar ik heb het toentertijd wél uit de doeken gedaan aan mijn nicht (tijdens het ontbijt of zo). We waren in eerste instantie via de luchthaven van Narita naar Tokyo doorgereisd, waar we de eerste paar dagen van onze trip doorbrachten. Hierna zouden we met de shinkansen doorreizen naar Kyoto. Onze uitvalsbasis lag in het district Ikebukuro in de buurt van Shinjuku Station, het drukste treinstation van de hoofdstad. In ons hotel (Sakura Hotel) had men ons vooraf al verteld dat alle bekende hotels in Kyoto al waren volgeboekt omwille van één of ander festival dat daar zou doorgaan. Hun advies was om ergens te logeren buiten de periferie van de grote stad. Zo vonden we op pakweg 60 km van daar een hostel dat werd uitgebaat door een ouder koppel dat het Engels onmachtig was. Omdat we bij die gedachte niet meteen werden afgeschrikt, besloten we het er gewoon op te wagen. Achteraf bekeken was het een heuse meevaller. Dat mijn nicht net op dat moment tandpijn kreeg en ter plaatse bij de tandarts een wortelkanaalbehandeling nodig had, was nog een andere herinnering aan die trip (maar da’s misschien iets voor een volgende keer). Nadat we in onze kamers waren ingetrokken, was er maar één ding wat mij meteen opviel: elk uur hoorde ik twee keer een rinkelende bel die een aankomende trein aankondigde. Vanuit mijn kamer had ik zicht op de slagbomen en de verkeerslichten die op rood sprongen eens het zover was. Nu ja, ze zouden hier toch geen 24u per dag doorrijden dus als het dat maar was …

Dat probleem van die treinen bleek gelukkig even vóór middernacht van de baan te zijn. Wist ik veel dat ‘de ellende’ daarna nog moest komen. Ik had nog maar net mijn nachtlampje uitgedaan of ik hoorde ineens een vreemde, spooky stem door mijn slaapkamer galmen. In een reflex deed ik mijn lampje terug aan, maar op mijn kamer bleek zich niemand schuil te houden toen ik de ruimte inspecteerde. De stem (die onmiskenbaar Japans was) klonk een beetje als Linda Blair’s karakter in ‘The Exorcist’ waarin ze een door de duivel bezeten meisje speelde. Ik had ook geen idee waar de stem dan wél vandaan kwam. De enige mogelijke piste was uit de kamer naast de mijne. Aan de andere kant was de kamer waar mijn nicht logeerde. Toch had ik geen zin om de gang op te gaan om eens aan de deur te gaan luisteren. Na verloop van tijd hield de stem op met praten en keerde de rust gelukkig weer. De tweede avond verliep identiek aan de eerste. Opnieuw die vreemde stem, die ervoor zorgde dat ik diep onder mijn lakens dook in de hoop dat ik daar veilig én beschermd zou kunnen blijven liggen tot ’s morgens. Was er in de kamer naast mij iemand aan het gamen? Of aan het bellen? Of was die persoon mentaal gestoord tegen zichzelf aan het converseren? Het had ook een film op tv kunnen zijn geweest? Mijn kennis van het Japans was echter van dien aard dat ik geen clue had wat het eventueel kon zijn. Na die tweede avond had ik ’s morgens één klein gelukje. Toen ik wilde gaan ontbijten stond de deur van de kamer naast mij open. Ik kon het toen toch niet laten om eens snel naar binnen te kijken. Binnen stond een jonge kerel (vrijwel zeker een student), een héél doorsnee Japanner, die iets in zijn rugzak stak en die ongeveer gelijktijdig met mij naar buiten liep. Hij knikte toen hij me zag en ook voor de rest was er niets bijzonders aan hem te merken. Het zou ook een beetje vreemd zijn om het in het Engels aan hem te vragen. Conclusie: ik heb nooit precies geweten wat mij toen écht uit mijn slaap heeft gehouden. Het enige wat ik ervan heb onthouden (buiten het feit dat ze zo stipt, gedisciplineerd én vriendelijk zijn), is dat Japanners soms (toch zeker die kerel die toen naast mij logeerde) rare jongens zijn! 😉

Posted 25/10/2020 by ambijans in Algemeen, Reizen

Corona 366 (2)   Leave a comment

Corona heeft ons in 2020 nogal wat dingen afgepakt. Onze waardigheid, ons gevoel van zekerheid, ons sociale karakter en tal van andere zaken. Je kan dan ageren of bij de pakken blijven zitten. Bijna iedereen heeft zijn/haar leventje in lockdown/quarantaine/besloten huiselijke kring anders moeten organiseren. Dat liep de ene keer al net iets vlotter dan de andere keer. De meeste mensen zijn veerkrachtig en belanden na verloop van tijd weer mooi op hun pootjes. In ons geval was muziek bijvoorbeeld vaak een troostende factor, die ons af en toe weg kon leiden van de miserie. Die momenten van verstrooiing deden mij al snel teruggrijpen naar die eeuwige bron van lijstjes. Wiskunde is nooit mijn strong suit geweest maar een simpele bewerking leert ons dat 366 dagen gedeeld door zes edities = 61 muziekjes per keer. De believers/non believers van het coronavirus gaan de crisis niet bezweren, laat staan dat politici of virologen ons leven aangenamer zullen maken. Ik denk dat muziek de wereld effectief een beetje kan redden. Zeker als ik de kwaliteitsstandaard op niveau kan houden. Denk aan muziek zoals je die tijdens vakbondsstakingen op de openbare omroep hoort. Wij doen in de resterende drie maanden van 2020 zes pogingen (twee keer per maand, alweer wiskunde!). Doe er jullie voordeel mee en stay positive! NIET Covid+ voor alle duidelijkheid. 😉

62. Always someone – Mauro Pawlowski : ik krijg altijd een zomers gevoel bij dit nummer van onze man uit Houston-Zolder. Kreeg dit jaar terecht véél airplay op Radio 1. Mag wat mij betreft blijven duren …

63. Time to give – White Lies : Britse band die dezelfde vibe als Joy Division of Interpol weet op te wekken. Dan weet je dat het goed zit. Zelfs in een absoluut horrorjaar als 2020.

64. Stop – Jane’s Addiction : Perry Farrell’s band vóór hij met Porno for Pyros de hort op ging. Hij liet de nineties in ieder geval goed beginnen.

65. Man don’t care – JME featuring Giggs : een bijzonder mager quizseizoen dit jaar (telling levert mij ongeluksgetal 13 als aantal op), als ik enkele online quizzen buiten beschouwing laat. Die online quiz van het LAL-Team leverde zelfs deze oorwurm op. Hulde daarvoor!

66. Long hot summer – Style Council : heet was het in 2020 absoluut, al hebben we er weinig van kunnen genieten. Tijdens die bloedhete periode stond ik op de werkvloer, waar ik het nog relatief goed kon verdragen. Ik denk dat er nóg meer hete zomers zullen volgen.

67. Society – Eddie Vedder : uitstekende film met misschien wel een nóg betere soundtrack van de zanger van Pearl Jam. Ik zou bijna spontaan wensen dat die volgend jaar op Pukkelpop zouden staan. Dát zou pas een opsteker zijn!

68. Midnight request line – Skream : één van de allereerste Britse dubstep producers, een genre waarvan ik me afvraag of het überhaupt nog bestaat?

69. Wildfires – Sault : twee uitstekende cd’s uitbrengen in één en hetzelfde jaar, faut le faire! Zal meer dan terecht de betere eindejaarslijstjes (in de categorie muziek) van 2020 halen.

70. Both sides, now – Joni Mitchell : geen origineel nummer van haar, maar van Judy Collins. Mitchell maakte er wél een betere versie van. Achteraf héél vaak gecoverd, zelfs door onze Limburgse nachtegaal Dana Winner.

71. An Englishman in New York – Godley & Creme : één van die all time classics die ik nooit beu gehoord ben. Ondanks mijn toen nog relatief jonge leeftijd is het altijd blijven plakken.

72. Hello Kitty Kat – Smashing Pumpkins : de beginperiode van Smashing Pumpkins was ijzersterk, later verwaterde de kwaliteit serieus. Ik vermoed dat weinig mensen deze track uit ‘Pisces Iscariot’ (1994) kennen. In 2020 zou je hier ook een subtiele hint naar ‘katje Lee’ in kunnen zien.

73. Killer inside me – MC 900 ft. Jesus : samen met het nummer ‘The city sleeps’ (1991) uit dezelfde cd helemaal grijsgedraaid (bij wijze van spreken).

74. All armed – Nils Frahm : Duitse muzikant die zijn carrière stelselmatig opbouwde en die het neoklassieke minimalisme perfectioneerde. Eén van mijn favoriete artiesten ondertussen.

75. Show you the way to go – The Jacksons : Avro’s TopPop loodste ons nostalgisch doorheen enkele uitzendingen die hun geschiedenis vertelden. Zo kom je ooit een keer bij Michael Jackson uit natuurlijk.

76. Laura – Bat For Lashes : de Londense Natasha Khan weet mij keer op keer te raken met haar nummers. Ook live een heuse aanrader.

77. Changes – Sugar : Bob Mould in 1992 met misschien wel één van de allerbeste gitaarplaten uit dat decennium. Wat ik me ook nog herinner uit die tijd? Mijn nicht die toen bij platenlabel Rough Trade werkte bracht als merchandise gepersonaliseerde suikerzakjes mee met als tekst ‘Sugar, that’s a good idea’. Heerlijke tijden!

78. Lonely boy – Andrew Gold : Amerikaan die al sinds 2011 niet meer onder de levenden is. Kon zowel solo (vooral in de seventies) als met een band (Wax) uit de voeten.

79. Alaska – Hugo Matthysen : vormde samen met Bart Peeters de tandem van zowel ‘Het Leugenpaleis’ als ‘Het Peulengaleis’. Héérlijk absurde teksten in die onnavolgbare maar voor hem zo kenmerkende stijl.

80. Heroes – David Bowie : een lijst zonder de man die jarig is op dezelfde dag als ondergetekende? Onmogelijk! Bowie is een muzikale held (pun intended).

81. Here sometimes – Blonde Redhead : in hun beginperiode sterk beïnvloed door Pixies en Sonic Youth, later meer de synthpoprichting uitgegaan.

82. Security check – Sophie Hunger : één van de meest radiovriendelijke nieuwe tracks die ik in 2020 hoorde voorbijkomen. Deze Zwitserse multi-instrumentaliste maakt naast eigen composities ook filmsoundtracks.

83. Thoughtforms – Lush : als shoegazers van het eerste uur moet er op tijd en stond iets uit dat genre bijzitten. Enkele jaren geleden leek er een come-back in te zitten, maar dat ging helaas niet door.

84. Tonite – LCD Soundsystem : ik ben zelf geen danser, maar op dit nummer kan ik niet blijven stilstaan. Zelfs zonder liters drank durf ik hier NA corona stevig uit de bol op te gaan. En nee, dat hoeft niet voor het nageslacht te worden vastgelegd!

85. I’m on a high – Millionaire : mocht Zonhoven een muzikaal wonderkind hebben, dan heet het vast én zeker Tim Vanhamel. Geen idee welke toverdrank hij thuis kreeg, maar het moet goed spul zijn geweest …

86. Home computer – Kraftwerk : als er al Duitsers deze lijst halen, dan moeten ze écht steengoed zijn. Eén van de founding fathers van deze band, Florian Schneider overleed in april van dit jaar.

87. Van God los – Monza : reporter Arnout Hauben doorkruiste in coronatijd ons land (500 km) en vulde de uitzending met louter Belgische muziek. Als we al ergens trots op mogen zijn, dan zeker op onze Belpopgeschiedenis.

88. Triangle walks – Fever Ray : ooit een bevreemdend optreden van hen gezien op Polsslag, het helaas geen lang leven beschoren indoorbroertje van Pukkelpop. Sindsdien altijd geïntrigeerd geweest.

89. Do I know you – Black Box Revelation : ik heb hen sinds hun ontstaansgeschiedenis verschillende keren ‘live’ aan het werk gezien. Dat waren altijd weer energieke bedoeningen. Rock zoals rock hoort te klinken, quoi!

90. Summer sun – Hooverphonic : ik heb de band van Alex Callier lange tijd links laten liggen, maar na een méér dan degelijk eurosongnummer kon ook deze single mij bekoren. Nee, ik ben helemaal verlost van mijn Noémie Wolfs complex.

91. A little more love – Olivia Newton-John : in onze jonge tijd was Olijfje één van de allermooiste vrouwen op deze planeet. Tussen mij en Grease is het nooit iets geworden, maar de rest van haar muziek kan ermee door.

92. Wanderlust – Wild Beasts : nóg een Britse band die sinds 2018 uit mekaar is. Zanger Hayden Thorpe is ondertussen wél solo gegaan.

93. Phantom of Aleppoville – Benjamin Clementine : de man die van een clavecimbel een hip instrument kan maken. Mocht hij zijn leven in boekvorm uitbrengen, dan komt er later gegarandeerd ook een verfilming van.

94. Blaankenbaarge – CPeX : deze zomer kende Blankenberge enkele dagen troubles met baldadige badgasten, dus moest deze hilarische remix zeker in mijn playlist zitten.

95. Waiting room – Fugazi : een ode aan al die keren dat ik dit jaar in de wachtkamer zat van een ziekenhuis, dokter of andere arts. Niet dat we zó vaak ziek waren trouwens (voor alle duidelijkheid).

96. Sunshine smile – Adorable : Britse shoegazers die helaas te kort bestonden tussen 1990 en 1994, maar die bij mij altijd een onuitwisbare indruk hebben nagelaten. Wie dit kent én apprecieert mag zichzelf een ‘goede smaak’ label toekennen.

97. Mercy – Max Richter : hierboven vernoemden we Nils Frahm al bij de nieuwlichters in het minimalistische genre. Deze Duits-Britse componist hoort in hetzelfde rijtje thuis.

98. Future worlds – Meat Beat Manifesto : bevreemdende muziek uitgebracht in 1996. Mijn broer kocht het ooit op cd, dat was een goeie zet van hem. Voor liefhebbers van experimentelere muziek.

99. Garden song – Phoebe Bridgers : mijn favoriete Amerikaanse blondine, waar we in de toekomst hopelijk nog véél meer van gaan horen. Heeft héél veel pijlen op haar boog, dus ik verwacht haar in 2021 op Pukkelpop. Afgesproken?

100. What is love – Deee Lite : Lady Miss Kier was in haar glorietijd een waar stijlicoon. Dansvloeradepten kunnen losgaan op een aantal van haar tracks. Na Deee-Lite was ze zélf ook een tijdje dj.

101. I.G.Y. – Donald Fagen : na Steely Dan bouwde deze man nog een aardige solocarrière op. Ik hang steeds het predikaat ‘ultieme popmuziek’ aan zijn nummers.

102. Live with me – Massive Attack : sowieso al één van mijn favoriete bands. Als ik hier naar luister krijg ik een krop in de keel en tranen in mijn ogen. Misschien zit het stemgeluid van wijlen Terry Callier er voor iets tussen.

103. The sun & the moon & the stars – Gavin Friday : ooit opperhoofd van Virgin Prunes maar ook solo een prima carrière. Mag Bono met zijn échte naam aanspreken.

104. Bang bang bang – Mark Ronson & The Business Intl. : gewoon een leuk nummer, dat nóg beter werd toen het eens in een aflevering van tv-reeks ‘Girls’ voorbijkwam.

105. Putain putain – TC Matic : één van die vaderlandse bands die een serieuze steen heeft verlegd in ons Belgische muziekbestel. Ik zou het bijna een ‘anthem’ durven noemen.

106. De dag dat Richard Krajicek Wimbledon won – Spinvis : het ultieme bewijs dat we goeie Nederlandstalige muziek hier absoluut niet stiefmoederlijk moeten behandelen.

107. Nothing else (Version) – Archive : dit jaar besloot deze Londense band een aantal oudere nummers in een nieuw jasje te steken. Dat was wat mij betreft een uitstekend idee.

108. My life – Billy Joel : ik ben geen bijzonder grote fan van deze man, maar hij heeft toch een aantal knappe dingen gedaan. Dit nummer maken bijvoorbeeld. Dat wist alvast een deel van zijn miskleunen uit. 😉

109. Ooh to be ah – Kajagoogoo : als hier vandaag één mogelijk ‘foute’ track in staat laat het dan deze eightiestrack zijn, die in ons land niet zo gek bekend is geworden. Ik had wel een boon voor hun synthmuziek.

110. Yasawas – Amon Tobin : Braziliaan die voor mij een extra dimensie meegaf aan het dancesegment. Je moet wél de tijd nemen om het allemaal te laten bezinken, maar de beloning is navenant.

111. Some velvet morning – Primal Scream & Kate Moss : oorspronkelijk een track van Lee Hazlewood en Nancy Sinatra, maar ik vond de cover uit 2002 ook best de moeite.

112. Eventually – Tame Impala : Kevin Parker & co durf ik hier onomwonden ‘briljant’ te noemen. Warme Pukkelpopherinneringen (drie edities) die elk op hun manier wat extra cachet aan het festival gaven.

113. O.N.E. – Yeasayer : eind vorig jaar kondigden deze Amerikanen hun split aan, dus ik was blij dat ik hen dat jaar nog had meegepikt op Pukkelpop. Dit mag worden gezien als een soort van tribute.

114. Tryer – Motek : één van de betere Belgische bands, die vrijwel niemand kent. En ja, wij vinden dat zonde! Waar zijn ze nu? Wat doen ze? En komen ze nog ooit terug?

115. Forgotten – Andy Stott : hoe eclectischer hoe beter? Ik zou hier bijna volmondig ‘ja’ op durven antwoorden. Geen spek voor eenieders bek, maar wél een varkentje naar mijn goesting.

116. I can’t stop loving you – Ray Charles : een schijfje waar ik zelfs mijn ouders een plezier mee zou doen. Onze muzieksmaken matchen niet meteen, maar er zijn golden oldies die we wél kunnen appreciëren.

117. Cyberpunk 2.0.2.0. – HEALTH : ook eens op ‘Wonderland’ op Radio 1 horen voorbijkomen, een radioprogramma waarin wel vaker fijne ontdekkingen kunnen worden gedaan.

118. Celebrate the void – Sebadoh : Amerikaanse indierock van Lou Barlow en zijn kornuiten. Voor wie het stevige gitaarwerk niet schuwt.

119. Curtains?! – Timber Timbre : Canadese band die wij moeilijk in een muzikaal hokje kunnen steken. Wat misschien juist aangeeft dat we niet altijd in hokjes moeten denken.

120. Moaner – Underworld : zo’n danceschijfje dat voor mij die typische festivalsfeer weet op te roepen. Samen met een zon-zee-strandvakantie één van die dingen die ik dit jaar het hardst heb gemist. Vitamine D for the win!

121. Can’t punish me – Dom & Roland : onrechtstreeks komt David Bowie hier nog een tweede keer door middels de ‘Let’s Dance’ sample. Drum ‘n’ bass van in de tijd dat het nog een ultrahip genre was.

122. So what – Miles Davis : blijkbaar was er een fragment in ‘Zomergasten’ editie 2020 nodig om het belang van dit nummer nog eens te onderstrepen. Eentje uit 1959 (volgens de statistieken).

Posted 24/10/2020 by ambijans in Muziek

50 onderschatte bands/artiesten (184) Vampire Weekend   Leave a comment

Vampire Weekend is een Amerikaanse band uit New York, ontstaan in 2006, die experimentele New Weird America-indierock brengt. Momenteel hebben ze een contract bij XL Recordings. De band bestond oorspronkelijk uit vier leden: zanger en gitarist Ezra Koenig, gitarist, toetsenist en achtergrondzanger) en sinds 2016 ex-lid Rostam Batmanglij, drummer en percussionist Chris Tomson en bassist en achtergrondzanger Chris Baio. Batmanglij legde zich vanaf 2016 vooral toe op zijn solocarrière. Hij wordt ook één van de grootste pop en indie rock producers van zijn generatie genoemd. De bandleden ontmoetten elkaar destijds aan Columbia University waar ze toen allemaal studeerden. Ze hadden allen een gedeelde liefde voor punkrock en Afrikaanse ritmes. Hun debuutplaat deed het verkoopsmatig bijzonder goed en die lijn zouden ze mooi blijven doortrekken. Hun discografie bestaat voorlopig uit twee EP’s en vier full cd’s.

1. ‘Oxford comma’ (uit ‘Vampire Weekend’, 2008)

2. ‘A-Punk’ (uit ‘Vampire Weekend’, 2008)

3. ‘Cape cod kwassa kwassa’ (uit ‘Vampire Weekend’, 2008)

4. ‘Holiday’ (uit ‘Contra’, 2010)

5. ‘Cousins’ (uit ‘Contra’, 2010)

6. ‘Step’ (uit ‘Modern vampires of the city’, 2013)

7. ‘Diane Young’ (uit ‘Modern vampires of the city’, 2013)

8. ‘Ya hey’ (uit ‘Modern vampires of the city’, 2013)

9. ‘Harmony hall’ (uit ‘Father of the bride’, 2019)

10. ‘This life’ (uit ‘Father of the bride’, 2019)

Posted 23/10/2020 by ambijans in Muziek

‘Het lichtje in de verte’ (Antonio Moresco)   Leave a comment

‘Het lichtje in de verte’, in 2018 genomineerd voor de International Dublin Literary Award, is een ontroerende en intense meditatie over de mens en het universum. Een man leeft in totale eenzaamheid in een verlaten bergdorp. Maar elke nacht, op hetzelfde uur, verschijnt er een mysterieus lichtje aan de andere kant van de vallei. Wat is het? Iemand in een ander verlaten dorp? Een vergeten straatlantaarn? Als hij uiteindelijk op onderzoek uitgaat, vindt hij een jonge jongen die ook alleen woont, in een huis midden in het bos. Maar wie is dit kind echt? Het antwoord is zowel geheimzinnig als diep ontroerend. In een continue dialoog met de wezens die het bos bevolken, luchtwortels, bomen, vuurvliegjes, zwaluwen, reflecteert Antonio Moresco over eenzaamheid en de pijn van het bestaan, over leven en dood, maar ook over wat mensen en dieren bindt. ‘Het lichtje in de verte’, uitgegeven in Frankrijk, Spanje, Oostenrijk, Duitsland, Tjechië, Egypte, Servië en Griekenland, was een bestseller in Frankrijk. Auteur Antonio Moresco (1947) wordt gezien als één van de grondleggers van een nieuwe richting in de Italiaanse literatuur die verder gaat dan de postmoderniteit. Hij wordt vergeleken met Don DeLillo en Thomas Pynchon. ‘La lucina’ (Het lichtje in de verte) verscheen in 2013 en werd in 2018 verfilmd, met Moresco zelf in de hoofdrol.

Posted 22/10/2020 by ambijans in Literatuur