Facebook, waer bestu bleven …   Leave a comment

Toen wij onszelf in het begin van de zomer van 2008 een facebookaccount aanmaakten, kwamen we ongeveer net na de ‘early adopters’ in aanraking met dit (toen zeker nog) sociale netwerk. Daar is de laatste jaren helaas weinig of niets meer van overgebleven. Ik herinner me mijn eerste week nog vrij goed. Nadat ik mezelf een account had aangemaakt, diepte ik voor de aardigheid wat namen uit mijn familie, kennissen én werkkring op in de hoop dat ook zij al actieve gebruikers waren. Zo zat bijvoorbeeld niemand van mijn collega’s op de netwerksite. Maar na enkele uren ‘browsen’ en aanpassingen doen aan mijn profiel ging mijn aantal vrienden van twee naar acht en daarna plots tot elf vrienden. Je zag je eigen netwerk letterlijk groeien. Elk nieuw vriendschapsverzoek dat werd aanvaard kreeg nog net geen virtuele high five om zijn of haar oren geslagen. De dag nadien vertelde ik enkele collega’s over Facebook. De meerderheid hoorde het donderen in Keulen, maar één collega greep de gelegenheid aan om in haar pauze ook een profiel aan te maken. Wanneer ze mij al dadelijk toevoegde was ze niet langer eenzaam én vriendenloos, dus zo gezegd zo gedaan. De rest van de pauze begon ook zij vrienden en bekenden op te zoeken én toe te voegen. Het was de start van een avontuur, dat uiteindelijk zou uitmonden in een plek waar je (weliswaar virtueel) nogal wat uren van je dag zou gaan spenderen. Elke dag ’s morgens naar je computer lopen, hem opstarten en dadelijk naar Facebook. Wachten op nieuwe vriendschapsverzoeken of mensen die je verzoek hadden aanvaard, was ongeveer even spannend als de winnende lottogetallen of het luisteren naar de voetbaluitslagen op zondagavond tijdens mijn vroege jeugdjaren. Het was iets om naar uit te kijken. Nadat we al een flink netwerkje hadden was het ook supergezellig om je vrienden een gelukkige verjaardag te wensen als het zover was. Het is ogenschijnlijk té onnozel voor woorden, maar ik kreeg er toen een instant happy gevoel van. Toen ik een maand later in Spanje zat instrueerde ik ook mijn nicht. Het was de tijd vóór we met de smartphone online gingen, er was zelfs nog geen internetverbinding in ons huis daar, waar ze op dat moment volop in verbouwingsmodus zaten. Dus trokken we een straat verder naar Morgan’s Bar, waar je voor een vast bedrag een half uur of een uurtje op internet kon. Ik denk dat ik toen één of twee keer per dag te voet naar daar taffelde (enkel en alleen om te zien of er nog iets loos was op Facebook). Het was nog nét geen obsessie.

De jaren verstreken en Facebook kreeg steeds meer features en andere toeters en bellen. De teneur van de gesprekken veranderde, net zoals hun héle policy over bepaalde maatschappelijke feiten. Je kon bijvoorbeeld onmogelijk een vakantiefoto posten met daarop een topless vrouw die lag te zonnen op het strand. Oké, ik kon daar inkomen, dat men bepaalde grenzen wilde bewaken. Maar zieke mensen die filmpjes postten over mishandelde huisdieren, die extreem-rechtse prietpraat verkondigden of die zinloos geweld prima vonden en daar zelf trots op waren, dat kon dan weer wél? Al die oelewappers passeerden bijna probleemloos de sensors van het netwerk. Het kon enkel worden voorkomen, wanneer bezorgde gebruikers er melding van maakten bij een administrator. Het bericht werd dan zowat ‘in quarantaine’ geplaatst, tot één van de beheerders eens ging uitpluizen of hetgeen werd vertoond of gezegd wel koosjer was. Als het écht grof was, kreeg je meestal gelijk. Maar dat er toch behoorlijke lacunes ontstonden in wat nu ‘done’ of ‘not done’ was, dat werd intussen duidelijk. Mark Zuckerberg en zijn maten beloofden later trouwens dat ze er werk van gingen maken om het netwerk terug daar te brengen waar het oorspronkelijk voor was bedoeld. In zijn geval is dat uiteraard ‘massaal veel geld verdienen’, maar voor de buitenwereld moet het terug een plek worden waar iedereen uit gezelligheid blijft ‘hangen’, want dat is natuurlijk kassa kassa voor de initiatiefnemers én de adverteerders. Dat ik echter ongevraagd campagnefilmpjes of wervende teksten van Vlaams Belang zie passeren is afschuwelijk. Dat er bijna uitsluitend wordt gemekkerd over ons ‘apenland’, over corona, over wél of niet vaccineren (hopelijk kunnen ze straks ook vaccineren tegen het posten van bullshit op internet!), over onze politici, over Donald Trump, mensen die acute jeuk ontwikkelen als ze Marc Van Ranst op tv zien verschijnen, over irritante tv-programma’s, mensen die initiatieven ontplooien en worden afgekraakt of andere maatschappelijke fenomenen: daar heeft elk weldenkend, doorsnee mens ondertussen hopelijk zijn bekomst van. Dat mensen elkaar (nog net niet) beledigen omdat ze een ander gedachtengoed hebben, dat er constant naar elkaar wordt gesneerd, dat mensen voor ‘onnozelaars’ worden uitgemaakt omdat ze hun mening met argumenten kunnen staven, zoveel verzuring, venijn, afgunst en woede … De fijne, plezante dingen raken volledig ondergesneeuwd in een brij van frustratie, botte onbeleefdheid én oeverloze discussies. De social media zijn verworden tot een bijzonder asociaal medium. Ze gaan bij wijze van spreken (in theorie) allemaal een mars op Brussel organiseren voor alle onrecht dat hen de laatste maanden is aangedaan, maar als puntje bij paaltje komt blijven ze toch liever roepen én tieren vanachter hun veilige computerscherm (in praktijk). Typisch Belgisch! Een revolutie ontketenen, maar dan liefst vanuit de huiskamer. Benieuwd of pakweg Ché Guevara het in zijn tijd ook op die manier heeft aangepakt. Ik zie véél mensen die hun ongenoegen uiten in tal van berichten die ‘hun grote waarheid’ moeten illustreren. Vrijwel nooit worden er oplossingen aangedragen, er wordt enkel maar benadrukt ‘hoe fout’ alles is. Misschien moeten alle misnoegde mensen eens op visite gaan bij een goeie psycholoog of psychiater om hun diepste zielenroerselen eens uit de doeken te doen. Op termijn kost dat ongetwijfeld een flinke duit (hopelijk mét resultaat!), maar het geeft wél wat gemoedsrust aan alle Facebookers die wél van goeie wil zijn. Het is een vrijblijvende tip voor alle narcisten die denken dat de evenaar door hun gat loopt (én geloof me, dat zijn er nogal wat). De goedkopere oplossing is net iets eenvoudiger: als je weer eens acute gal voelt opkomen, zet dan je computer gewoon af en ga iets anders doen. Dat zeggen ze ook wanneer er een slecht tv-programma op het scherm komt: draai die knop om. Oké, ik durf (zelfs als ik die bewuste knop heb omgedraaid) al eens doordrammen over het slechte tv-programma in kwestie. Waarmee we meteen bij onze eindconclusie komen: niets menselijks is mij vreemd. Ook ik zal proberen om het door yoga en mindfulness onder controle te krijgen. Dit laatste is absoluut niet waar, maar het klinkt wél als een late nieuwjaarsresolutie, niet? 😀

Posted 07/01/2021 by ambijans in Algemeen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: