Archive for the ‘Algemeen’ Category

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (90)   Leave a comment

straf(studie) hoeft niet altijd saai te zijn

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Mijn volledige schoolcarrière was nogal aan de lange kant, mede door mijn eigen schuld. Hierdoor werd de kans op straf uiteraard groter. Toch kan ik me maar twee straffen herinneren die bijzonder waren. Zo kreeg ik in het tweede middelbaar eens straf (samen met nog iemand anders) van onze toenmalige klastitularis. De man gaf ons ook wiskunde en hij stond bekend als ‘zéér streng’. Zó streng dat nogal wat mensen een serieuze schrik van hem hadden. Het ging zelfs zo ver dat er op school nogal wat horrorverhalen de ronde deden. Zo werd bijvoorbeeld beweerd dat hij eens ooit iemand zo hard had geslagen, dat de initialen van zijn zegelring in diens gezicht stonden. Als je 14 jaar bent en toch redelijk braaf, dan pas je wel twee keer op om zo weinig mogelijk conflicten te krijgen met de man in kwestie. Hij is ondertussen alweer bijna twintig jaar dood, maar ik heb er toch een heel schooljaar schrik van gehad. Elk semester (denk ik) gingen we ofwel naar de kerk of er werd een soort van viering geënsceneerd in de turnzaal. Het moet ergens zijn geweest vlak vóór het rapport van de paasvakantie dat we in het centrum naar de kerk moesten. Ik zat langs één van mijn klasgenoten en vrijwel alles wat rond ons gebeurde of wat er werd gezegd tijdens de mis zelf gaf aanleiding tot lachen of om er commentaar op te geven. Ik was 14 en toen al lachte ik het geloof blijkbaar weg. Omdat er ook niemand iets kwam zeggen in onze rij voelden we ons een beetje ‘the untouchables’, maar na de mis zou het lachen ons al snel vergaan. We waren nog maar net op de terugweg naar school of we werden al door onze wiskundeleerkracht op de schouder getikt. ‘Heren, willen jullie na het overhandigen van de rapporten dadelijk allebei nog eventjes blijven zitten in de klas?’ Slik! We wisten meteen hoe laat het was. De ergste scenario’s spookten al door mijn hoofd, maar ik probeerde zo goed en zo kwaad als het ging mezelf te kalmeren. Terug in de klas leek er geen vuiltje aan de lucht, want iedereen kreeg vervolgens netjes zijn rapport uitgedeeld. Iedereen mocht beschikken, wij mochten vooraan vlak bij hem komen zitten. ‘Vertel eens jongens, wat was er nu zo geweldig grappig daarnet in de kerk? Ik zou het eens graag willen horen, dan kan ik misschien ook mee lachen!’ We keken allebei bedrukt naar beneden. We wisten er geen zinnige verklaring voor te verzinnen. Van een grote woedeuitbarsting van de leerkracht was geen sprake, hij bleef (voor zijn doen) opmerkelijk kalm. Nadat we snel iets hadden gestameld, haalde hij onze schoolcode boven. ‘Die mag je 10 x overschrijven en mij na de vakantie zonder fout bezorgen.’ Daarna werden we wandelen gestuurd. Na de vakantie leverden we onze ijverig overgepende epistels in, waarna ze zonder blikken of blozen rechtstreeks in zijn vuilbak verdwenen. Ik weet nog dat ik op het einde van het schooljaar (hoewel ik geslaagd was) niet ben durven meegaan naar het uitdelen van het eindrapport. Mijn moeder is er toen alleen naartoe geweest. Ik was als de dood dat hij tijdens het korte onderhoud ‘de kerkfarce’ ter sprake zou brengen. Straf nummer twee volgde één of twee jaar later tijdens een les Nederlands. De vrouwelijke leerkracht had me al diverse keren gewaarschuwd dat ik moest stoppen met babbelen of er zou straf volgen. Niet veel later had ik het aan mijn rekker. Ik mocht een opstel schrijven, dat moest een bepaald aantal bladzijdes tellen en er moest o.a. in voorkomen hoe ik mij moest gedragen in de klas. Omdat ik toen al graag schreef was dat natuurlijk een kolfje naar mijn hand. Ik nam een blad en noteerde daar grofweg een tiental redenen/argumenten op om in de toekomst een betere student te worden. Daarna schreef ik bij elk van de redenen een ludiek stuk tekst om het geheel wat in te kleden. Hierna leverde ik het werkstuk terug in. De volgende les kwam de leerkracht mij met een ‘big smile’ vertellen dat ze mijn opstel met buitengewoon veel plezier had gelezen. Het verhaal kreeg zelfs nog een grappig staartje. Mijn opstel verscheen integraal (met wat extra duiding) in het personeelsblad van de LILAC, de plaatselijke zuivelfabriek (waar haar echtgenoot werkte). Ze heeft mij toen zo’n nummer cadeau gedaan (maar dat is achteraf helaas in de vuilbak beland). Waarmee meteen is bewezen dat straf niet altijd nutteloos én saai hoeft te zijn …

Posted 18/10/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (89)   Leave a comment

I'm afraid that I was very drunk

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Werd er vroeger écht meer gedronken dan nu? Als je mij die vraag zou hebben gesteld zo rond mijn 18de dan zou het antwoord een overduidelijk ‘JA’ hebben opgeleverd. Sommige verhalen zijn zo gênant (meestal overkwamen ze andere mensen dan mezelf!) dat ik ze hier zelfs niet zou durven publiceren omwille van privacyredenen. Je weet maar nooit welke meelezende medemens zichzelf of een andere persoon herkent in dat geval. De meest veilige optie is dus om enkele van mijn persoonlijke dronkemansverhalen hier in de groep te gooien. Die speelden zich grofweg aan het eind van de 80’s én het begin van de 90’s af. Daarna kwamen ook bij ons ‘de jaren van verstand’ over ons neergedaald. Eén van de allergrootste katers (dé kater der katers denk ik wel te mogen zeggen) overkwam mij zo ergens rond 1990. Ik weet nog dat het op een fuifje gebeurde ter gelegenheid van een 16de of 18de verjaardag in de vriendenkring. Omdat er à volonté bier kon worden gedronken (aangeboden door de jarige) stonden wij al snel ‘en groupe’ hevig pinten te hijsen aan de toog. In onze tijd begonnen fuifjes nog op een deftig uur, dus als we pech hadden waren we tussen 22u en 23u al serieus zat. Die avond was het zo’n dag dat bij mij al snel het licht volledig uitging. Vermoedelijk kreeg ik mijn klap toen het temperatuursverschil tussen de loeihete zaal én de eerste serieuze herfstprik buiten me keihard in mijn gezicht sloeg (zo leek het althans). Een paar mensen zagen binnen al dat het goed fout zat, dus leek het hen verstandiger om mij buiten op de trap te laten zitten. Mijn ogen kon ik nauwelijks openhouden, mijn hoofd zakte tot bijna tussen mijn knieën en mijn spraakvermogen werd gereduceerd tot wat vaag gewauwel, gemompel en vooral véél mondvocht dat zich in de hoeken van mijn mond begon te manifesteren. Omdat de deur van de feestzaal toch open stond konden mijn vrienden van binnen een oogje in het zeil houden. Af en toe kwam eens iemand kijken, ik kreeg hier en daar een glas water aangeboden om terug bij mijn positieven te komen. Op zeker ogenblik voelde ik aan (mijn niet meer aanwezige theewater) dat er flink wat braaksel op komst was dus ik loerde een beetje verloren richting ingang, waar iemand de tegenwoordigheid van geest had om te komen helpen. ‘Overgeven?’ ‘Uhu!’ Hij wees mij naar een plek een beetje verder in de bosjes. Ik waggelde daar in een rechte lijn (in dit geval een kromme met onderweg wat onbestaande obstakels) naartoe waarna de eerste geut ‘overgeefsel’ stevig uit mijn mond spoot. Achter mij hoorde ik iemand roepen ‘Hey, niet op mijne Camino hè gast!’ Helaas had de voorzijde van zijn brommer er al aan moeten geloven. ‘Ga wat verder door naar rechts’. Ik zette twee korte minipasjes naar rechts en ik kotste de volgende lading eruit. Nog steeds recht op die Camino! Ik hoorde een groep mensen die buiten stonden tranen met tuiten lachen toen ze dit alles zagen gebeuren. Plots grepen twee handen me bij mijn schouders en ze begeleidden mij polonaisegewijs naar iets veiliger oorden. ‘Voilà, laat je nu maar eens helemaal gaan vriend! Blijf hier staan zo lang je voelt dat je moet overgeven. Als het in orde is, kom je maar terug naar de zaal!’ Ik heb daar nog een aantal minuten de ziel uit mijn lijf gekotst en toen dat achter de rug was, heb ik mijn mond afgeveegd met de mouw van mijn trui (lekker!) en ben ik terug naar de zaal gewandeld. Ik was op slag terug nuchter! De rest van de avond heb ik mij gemakshalve maar kalm gehouden. En we hebben nog één anekdote van het sieren nadat we 18 werden. De allerlaatste verjaardag op de kalender was ergens vlak vóór of vlak na examens aan het eind van het schooljaar. Éen van onze klasgenoten nodigde iedereen uit voor een barbecue thuis aan huis. Er is zelfs een video gemaakt van die avond (die hopelijk ergens veilig in een bankkluis ligt opgeslagen), die behoorlijk liederlijk verliep. Ik was niet superdronken maar wél redelijk tipsy (zoals bijna iedereen daar denk ik). Nadat we alle bier soldaat hadden gemaakt én nog wat wijn uit de wijnkelder leeg hadden gedronken kwam één van ons op het lumineuze idee om met de overgebleven mannen naar Zonhoven centrum te fietsen om te kijken of er nog ergens een café open was. Het was al twee uur ’s nachts voorbij dus de spoeling zou vrij dun zijn. Alleen de Darci op de Grote Hemmenweg bleek nog open te zijn. De sfeer was daar in eerste instantie gezellig, tot één van de vaste tooghangers ruzie begon te zoeken met één van ons. Toen werd de sfeer ronduit vijandig en irritant. Het was ondertussen vier uur ’s nachts gepasseerd, één van de vrienden opperde om bij hem thuis nog iets te komen drinken. Zo gezegd, zo gedaan! Nadat we daar met een man of acht ons pintje vast hadden kwam de moeder des huizes de kamer binnen. Ze schudde eens meewarig met haar hoofd en ze zei ‘Jullie weten niet van ophouden hè’. ‘Ik lust eigenlijk wel een boterham met kaas, mama’. ‘Moet er nog iemand een boterham hebben? ’t Is nu hét moment hè!’ sprak zijn moeder. De dorst was gelaafd, de honger gestild. Terug tijd om ons naar de plek te begeven waar het allemaal begon. Daar stonden de stoelen en tafels van de avond ervoor nog buiten. Ondertussen was ook daar de vrouw des huizes wakker en ook zij begon prompt de tafel te dekken voor het ontbijt (zo bleek). Na dat ontbijt ben ik met mijn fietsje naar huis gereden waar ik rond half acht de sleutel in het slot van de voordeur draaide waarna ik zo stil mogelijk naar mijn slaapkamer sloop. Ongeveer een half uur later hoorde ik mijn ouders nietsvermoedend opstaan. Mijn ‘nachtrust’ was nog maar net begonnen …

Posted 06/10/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (88)   Leave a comment

ga toch knikkeren joh

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Ik heb hier al vaker laten vallen dat we vroeger (zeg maar gerust in de 80’s) héél veel op straat rondhingen, maar er waren ook momenten dat de huiskamer ons opslorpte in onze spelmomenten. Zo hadden mijn broer en ik nogal wat knikkers én een hele hoop matchboxauto’s. Volgens mij kwamen we vaker dan het gemiddelde in de Vatana op de Beringersteenweg, waar je naast schoenen ook héél vooraan in de zaak van die matchboxdingen kon terugvinden. Thuis hadden we zo’n trap met een tree of zeven. De houten richel aan de kant deed jaren dienst als kegelbaan of om er autootjes stijl naar beneden te laten donderen. Die kwamen dan met een harde klap tegen de muur terecht. Bij knikkers viel het geluid goed mee. We hielden ook wedstrijdjes door meer knikkers tegelijk naar beneden te laten rollen. Op zeker moment probeerden we de tijden ervan te chronometreren alsof we wedstrijdcommissaris waren. Voor de knikkers hadden we trouwens ook een reguliere baan, die eruit zag als een telraam waarop ze langzaam naar beneden gleden. Op het eind belandden ze op een trapje met belletjes op waardoor er een bepaald melodietje werd geproduceerd. Of we ook ooit knikkers hebben geruild met vrienden kan ik me eigenlijk niet herinneren. Ik denk dat we best trots waren op onze verzameling en dat we hem steeds intact hebben gehouden. Deden het in onze kindertijd ook steevast goed: walkie talkie’s. Daar kon Sinterklaas ons altijd een plezier mee doen! Ook al staken we soms net elkaars ogen niet uit met de lange antennes. In onze woonkamer hebben twee sinterklaascadeaus (in mijn jeugdige fantasie lange tijd, maar wellicht korter dan ik toen dacht) een redelijke tijd opgesteld gestaan. Een treinspoor met treintjes, rails en zelfs decorstukken stonden op de grote salontafel uitgestald. Hetzelfde verhaal geldt voor de racebaan, die ons dagenlang in de ban hield. Mijn broer en ik wilden ook telkens harder gaan en elkaar inhalen waarna onze racewagen op zeker moment meer in de berm stak dan dat ie op de racebaan stond. Niet zo handig dus! Wanneer het écht hard ging leek het precies alsof er vonken knetterden onder de autootjes. Toen de autootjes niet meer door de technische keuring geraakten na een zoveelste pitstop, was het laatste (race)hoofdstuk alweer afgesloten.

Posted 24/09/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (87)   Leave a comment

120 minutes op mtv

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Het lijkt bijna niet te geloven, maar vroeger leerden wij vrijwel alle nieuwe hippe muziek kennen via radio of tv. De kans dat StuBru dezer dagen op een ontdekking stuit of dat je via onze nationale tv-zenders iets knaps oppikt is nagenoeg ‘nul’ geworden. Ooit was dat helemaal anders. Via De Afrekening of 120 Minutes kon een mens wél al eens verrast worden. Een invloedrijk radioman als John Peel is me helaas pas in zijn ‘nadagen’ ter ore gekomen. Bij ons was er ook nog ‘Domino’ en later ‘Duyster’, maar dan zijn we omzeggens uitgepraat. De dag dat MTV hier in 1988 op de kabel kwam vonden wij anders ook een verademing. Via dat kanaal of anders via Superchannel druppelde er plots hééél wat nieuwe muziek onze huiskamer binnen. In Hasselt was er zelfs een café waar MTV non stop opstond. Toch moet ik zeggen dat ik écht wel fan was van 120 Minutes. Die zondag dat vj/zanger Paul King aankondigde dat ze het o.a. gingen hebben over Pjoekelpop 1990 (mijn allereerste editie) waarna ze stukken uit optredens lieten zien plus bijhorende interviews waren wij helemaal ‘hooked’. O.a. The Verve, Slowdive, Weezer, The Stone Roses, Oasis, Blur, Butthole Surfers, The Smashing Pumpkins, They Might Be Giants, RATM, Nirvana, New Fast Automatic Daffodils en het beste uit de Britpop leerden we integraal kennen via het programma. Als we daarna nog steeds appetijt hadden kregen we zelfs nog Headbanger’s Ball voorgeschoteld gepresenteerd door Vanessa Warwick. Daar zaten dingen bij die vrij goed waren, maar eveneens metal die ons ding niet was. Wie nu een muzikale hipster wil zijn, moet ofwel naar de betere festivals gaan of erover lezen op gespecialiseerde blogs online. Die zijn gelukkig nog volop te vinden als je een beetje zoekt.

Posted 17/09/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (86)   Leave a comment

ouija board

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

N.a.v. een antwoord uit de laatste aflevering uit ‘Twee voor Twaalf’ (‘ouija board’) dacht ik meteen terug aan een herinnering van lang geleden. Toen wij in de lagere school zaten, gingen we in de grote vakantie altijd naar het ‘vakantiepatronaat’, die de lokalen van het chiroheem in het centrum gebruikten. Daar kon je elke werkdag activiteiten doen met leeftijdsgenoten onder leiding van enkele leiders en leidsters. De échte die hards gingen op het eind ook nog met de groep mee op vakantie. Ook dat deed ik enkele keren. Dat waren vaak onvergetelijke vakanties. Op één van die vakanties (ik moet een jaar of tien zijn geweest), was er iemand van de leiding die aan ons (een stuk of vijf kinderen) voorstelde om in de vooravond geesten op te roepen. Dat klonk zó spannend, dat niemand van ons weigerde mee te doen. Een ouija board hadden we uiteraard niet, dus maakten we zelf een soort bord met letters, een ja en neen etc. We zetten een glas op tafel, legden onze handen erop en zochten vervolgens contact met de geest. De vragen die de leider stelde waren vrij onschuldig (dachten we destijds ongetwijfeld), genre ‘Op wie is x in deze groep verliefd?’ waarna het glas naar de letters begon te schuiven. Het werd echter wat té obvious toen we onze leider zagen grinniken bij de antwoorden die verschenen. Enkele mensen aan tafel suggereerden ook dat er iemand aan tafel zat die het glas in een bepaalde richting duwde. Met de voorkennis die hij had uit de groep probeerde hij ons aan tafel wat te manipuleren. Drie keer raden wie dat was! 😉 Toen ik op de hogeschool zat heb ik het fenomeen nog eens herhaald bij een vriend thuis, maar nadat we de hele procedure hadden herhaald kreeg hij plots cold feet. Hij kwam op de proppen met horrorverhalen die hij van vrienden had gehoord die het ooit hadden geprobeerd, dingen die hij ooit op tv had gehoord en toen er buiten plots een harde donderslag weerklonk gilden we plots allebei als meiden. Ondanks het feit dat ik zelf eigenlijk niet geloofde in die flauwekul liet ik er mij toch een beetje door leiden. En ongetwijfeld ook intimideren …

Posted 12/09/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (85)   Leave a comment

de rups als insect mag, die van de kermis liever niet

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Binnen enkele weken is het weer terug Hasselt kermis, iets waar de jongere medemens ongetwijfeld al reikhalzend naar uitkijkt. Ik ben nooit écht kermisminded geweest, net zoals ook pretparken niet meteen mijn ding waren (weliswaar iets minder uitgesproken). Toen ik een jaar of acht was (in 1980 ergens), heb ik mijn kermistrauma opgelopen. Ik had een Hasseltse neef die duidelijk wél een fan was van het kermisgebeuren. Hij wist mij te overtuigen om met hem een ritje in de rups te maken. Waarschijnlijk heb ik ook redelijk snel ja gezegd, omdat ik toch niet uit de toon wilde vallen. Ik zal het hem dan ook nooit verwijten dat hij mij toen het voorstel deed. Je moet je voorstellen dat ik in eerste instantie nog parmantig de trapjes opliep samen met hem en vervolgens rustig mijn plaats innam en nog snel naar mijn ouders zwaaide vooraleer de rups zich in beweging zou zetten. Ik wist waar mama en papa ongeveer stonden in de meute, maar vanaf het moment dat de rups serieus snelheid begon te maken was mijn eerste zorg ‘overleven’. Ik zag mezelf aan een rotvaart rondjes maken en de tent binnen en buiten rijden. Mijn neef genoot met volle teugen en vertelde me tijdens de rit dat ik wat meer moest rondkijken, maar ik bleef stokstijf, badend in het zweet recht voor mij uit kijken. Toen op zeker ogenblik de attractie bijna stil kwam te staan, prutste ik al aan mijn beveiliging om mezelf zo snel mogelijk te bevrijden. ‘Hé, ’t is nog niet gedaan hoor!’ sprak mijn neef. ‘Euh, we staan toch stil?’ Mijn woorden waren nog niet koud of de rups zette zich in een achterwaartse beweging. Ik beleefde ‘de hel’ nog eens opnieuw. Toen we eindelijk stil stonden werd ik door mijn neef naar de uitgang begeleid. Mijn gezicht was ondertussen krijtwit geworden, het angstzweet parelde nog steeds op mijn voorhoofd en ik vertoonde de fysieke kenmerken van iemand die stomdronken over de straat laveerde. Tot zover mijn herinnering aan de kermis. Ik ben er later uiteraard nog wel eens overgelopen, maar de heftige attracties liet ik steevast aan mij voorbijgaan. Later heb ik mijn vrees een beetje overwonnen, toen ik in de jaren ’90 eens met mijn nichtjes aan de voet van het Atomium (Bruparck?) zowel mijn hoogtevrees (het reuzenrad) als in de achtbaan (mijn afkeer voor snelheid) onder controle kreeg. Ik zal zelf nooit spontaan opperen om naar een pretpark te gaan, maar mocht het jaren na datum toch eens gebeuren, dan zal ik er niet meer uitzien als die bange wezel die ik op mijn achtste was.

Posted 02/09/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (84)   Leave a comment

rijden met een L

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Deze week ging één van de gesprekken op de werkvloer (onder collega’s) over het rondrijden met een L, het wél of niet hebben van een rijbewijs en het feit dat jongere mensen het behalen van een rijbewijs én het kopen van een wagen steeds langer uitstellen. We kwamen ook meteen tot de conclusie dat ‘geen rijbewijs hebben in deze tijd’ toch vrij problematisch kan zijn. Het is in zekere zin een handicap als je afhankelijk bent van derden die wél een rijbewijs hebben. Ik moet dan spontaan terugdenken aan mijn eigen hobbelige parcours richting het rijbewijs voor de wagen. Zoals elke achttienjarige trok ik destijds ook met mijn fietsje richting Alken om daar het examen voor mijn theoretisch rijbewijs te behalen. Eerste keer geslaagd (in de tijd dat je de antwoorden nog met een ponssysteem moest aanduiden). Zo lang geleden dus al! Theoretisch geen vuiltje aan de lucht, maar praktisch liep het niet meteen van een leien dakje. Ik ben enkele keren gaan rijden samen met mijn vader. Dat is een doodbrave, lieve man … alleen had hij niet het engelengeduld dat vaders normaal horen op te brengen voor hun kroost, zeker wanneer die al eens flatert in het verkeer. Hij kon in gevaarlijke situaties plots een snok aan de handrem geven waardoor je (nadat je jezelf eerst de pleuris was geschrokken) ineens stil stond. In al mijn zenuwachtigheid kon ik na verloop van tijd geen chocola meer maken van de aanwijzingen die hij gaf. Op zeker moment week ik van mijn baanvak af, waardoor ik plots ergens bij mensen in de struiken terechtkwam (zonder schade gelukkig). Mijn vader en ik brulden wat tegen mekaar, ik gaf hem kwaad de autosleutels en ging terug aan de bijzitterskant zitten. Hiermee had ik resoluut een streep getrokken onder mijn autorijkunsten (of wat daarvoor door moest gaan). Mijn moeder probeerde er tevergeefs nog een draai aan te geven (‘Anders moet ik eens met jou meegaan?’) maar daar had deze jongen eventjes geen zin meer in. Gedurende de jaren die volgden heeft mijn moeder nog talloze keren (tot vervelens toe!) gevraagd wanneer ik nu eindelijk eens dacht mijn rijbewijs te halen! Ik geraakte overal waar ik wilde zijn (met vrienden, familie, kennissen, …) en werd door hen als een soort privéchauffeur overal naartoe gegidst. En als het écht niet anders kon, dan was er altijd nog de fiets. Mijn jongere broer nam alweer een voorsprong, want in tegenstelling tot mij behaalde hij gewoon zijn rijbewijs terwijl hij in Leuven begon te studeren. Tussendoor hier en daar wat oefenen als de kans er was, examen afleggen én slagen! Niet dat hij dat rijbewijs meteen nodig had, maar het was nooit weg om het toch al op zak te hebben! Wanneer vrienden vroegen waarom ik niet met de auto reed, probeerde ik het gesprek snel richting ‘ander onderwerp’ te sturen, maar vroeg of laat moest ik toch kleur bekennen. ‘Ik heb helemaal geen rijbewijs!’ Verbaasde blikken waren mijn deel. ‘Mijn auto, mijn vrijheid!’ ‘Komaan Geert, da’s toch superhandig als je met de auto kan rijden’ en ‘Wat houd je eigenlijk tegen om ervoor te gaan?’ Ik zocht naar (geldige) uitvluchten en aanvaardbare excuses genre ‘Als ik moet leren schakelen, begin ik alles al stuk te analyseren’ en ‘Ik ga dat toch niet kunnen, het is vroeger ook misgegaan’. Allemaal drogredenen uiteraard. Kerstavond 2005 kwam er echter een stevige verrassing uit de bus. We vierden die avond het kerstfeest bij de schoonouders van mijn broer in Lommel. Eén van de cadeaus die ik kreeg was namelijk ‘betaalde rijlessen theorie voor het rijbewijs B’. Er zat zelfs al een handig schemaatje bij wanneer ik de lessen diende te volgen eind januari 2006. Mijn broer brak het ijs en zei enthousiast ‘Fantastisch cadeautje niet? Het moest er toch ooit eens van komen!’. Zelf was ik iets minder blij, maar ik gaf wél ruiterlijk toe dat dit mischien het duwtje was wat ik al een hele tijd nodig had. Het schoonzusje van mijn broer (tien jaar jonger dan ondergetekende) kreeg trouwens identiek hetzelfde cadeau als dat van mij. Bij het plannen van het kerstfeest was er vooraf al wat over en weer gebeld om afspraken te maken. Toen mijn kerstcadeau ter sprake kwam, werd onmiddellijk duidelijk dat er nóg een familielid was dat best wat rijlessen kon gebruiken (omdat ze er ook té snel de brui aan had gegeven). Toen zij haar cadeau zag is ze wél eventjes huilend naar boven gerend. Nadat de eerste emoties onder controle waren is ze terug naar beneden gekomen en hebben we allebei tegen mekaar gezegd ‘We gaan ervoor, wij kunnen dat!’ Eind januari 2006 was het zover. Eerste rijles. In eerste instantie betekende dat o.a. ‘droog’ leren schakelen zonder dat het contact opstond, wat korte uitleg over de knopjes op het dashboard, gordel aan, sleutel in het contact, de wagen starten, pinker op en rijden maar. ‘Hoezo rijden? Ik weet niet wat ik moet doen?’ ‘Jawel, dat weet je dadelijk wél. Ik leg je tijdens het rijden uit wat je waar én wanneer moet doen. Als je niet luistert, kan ik zelf nog meeremmen en eens aan jouw stuur draaien, kameraad’. Wij dus die eerste avond van aan de rijschool richting Bokrijk en datzelfde traject een paar keer opnieuw. De dag erna identiek hetzelfde parcours maar na het tweede rondje mocht ik afslaan richting Hasselt waarna ik op de Grote Ring terechtkwam in vééél drukker verkeer. Aanvankelijk was ik nog wat angstig, maar al snel was het kicken geblazen. Dag erna, wéér een stapje verder. Na een les of vier ben ik al naar de garage gegaan om mezelf een nieuwe wagen te bestellen (dat ging nog net aan de saloncondities van het autosalon). In april begon ik eindelijk toertjes te maken met mijn eigen auto. Mocht ik destijds geen déclic hebben gemaakt, dan zou mijn leven er toch héél anders hebben uitgezien (besef ik nu). Autorijden is heus niet moeilijk, daar ben ik na al die jaren wel achter gekomen. Het duurt echter wél even voor je jezelf een goeie chauffeur mag noemen.

Posted 23/08/2019 by ambijans in Algemeen