Archive for the ‘Algemeen’ Category

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (84)   Leave a comment

rijden met een L

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Deze week ging één van de gesprekken op de werkvloer (onder collega’s) over het rondrijden met een L, het wél of niet hebben van een rijbewijs en het feit dat jongere mensen het behalen van een rijbewijs én het kopen van een wagen steeds langer uitstellen. We kwamen ook meteen tot de conclusie dat ‘geen rijbewijs hebben in deze tijd’ toch vrij problematisch kan zijn. Het is in zekere zin een handicap als je afhankelijk bent van derden die wél een rijbewijs hebben. Ik moet dan spontaan terugdenken aan mijn eigen hobbelige parcours richting het rijbewijs voor de wagen. Zoals elke achttienjarige trok ik destijds ook met mijn fietsje richting Alken om daar het examen voor mijn theoretisch rijbewijs te behalen. Eerste keer geslaagd (in de tijd dat je de antwoorden nog met een ponssysteem moest aanduiden). Zo lang geleden dus al! Theoretisch geen vuiltje aan de lucht, maar praktisch liep het niet meteen van een leien dakje. Ik ben enkele keren gaan rijden samen met mijn vader. Dat is een doodbrave, lieve man … alleen had hij niet het engelengeduld dat vaders normaal horen op te brengen voor hun kroost, zeker wanneer die al eens flatert in het verkeer. Hij kon in gevaarlijke situaties plots een snok aan de handrem geven waardoor je (nadat je jezelf eerst de pleuris was geschrokken) ineens stil stond. In al mijn zenuwachtigheid kon ik na verloop van tijd geen chocola meer maken van de aanwijzingen die hij gaf. Op zeker moment week ik van mijn baanvak af, waardoor ik plots ergens bij mensen in de struiken terechtkwam (zonder schade gelukkig). Mijn vader en ik brulden wat tegen mekaar, ik gaf hem kwaad de autosleutels en ging terug aan de bijzitterskant zitten. Hiermee had ik resoluut een streep getrokken onder mijn autorijkunsten (of wat daarvoor door moest gaan). Mijn moeder probeerde er tevergeefs nog een draai aan te geven (‘Anders moet ik eens met jou meegaan?’) maar daar had deze jongen eventjes geen zin meer in. Gedurende de jaren die volgden heeft mijn moeder nog talloze keren (tot vervelens toe!) gevraagd wanneer ik nu eindelijk eens dacht mijn rijbewijs te halen! Ik geraakte overal waar ik wilde zijn (met vrienden, familie, kennissen, …) en werd door hen als een soort privéchauffeur overal naartoe gegidst. En als het écht niet anders kon, dan was er altijd nog de fiets. Mijn jongere broer nam alweer een voorsprong, want in tegenstelling tot mij behaalde hij gewoon zijn rijbewijs terwijl hij in Leuven begon te studeren. Tussendoor hier en daar wat oefenen als de kans er was, examen afleggen én slagen! Niet dat hij dat rijbewijs meteen nodig had, maar het was nooit weg om het toch al op zak te hebben! Wanneer vrienden vroegen waarom ik niet met de auto reed, probeerde ik het gesprek snel richting ‘ander onderwerp’ te sturen, maar vroeg of laat moest ik toch kleur bekennen. ‘Ik heb helemaal geen rijbewijs!’ Verbaasde blikken waren mijn deel. ‘Mijn auto, mijn vrijheid!’ ‘Komaan Geert, da’s toch superhandig als je met de auto kan rijden’ en ‘Wat houd je eigenlijk tegen om ervoor te gaan?’ Ik zocht naar (geldige) uitvluchten en aanvaardbare excuses genre ‘Als ik moet leren schakelen, begin ik alles al stuk te analyseren’ en ‘Ik ga dat toch niet kunnen, het is vroeger ook misgegaan’. Allemaal drogredenen uiteraard. Kerstavond 2005 kwam er echter een stevige verrassing uit de bus. We vierden die avond het kerstfeest bij de schoonouders van mijn broer in Lommel. Eén van de cadeaus die ik kreeg was namelijk ‘betaalde rijlessen theorie voor het rijbewijs B’. Er zat zelfs al een handig schemaatje bij wanneer ik de lessen diende te volgen eind januari 2006. Mijn broer brak het ijs en zei enthousiast ‘Fantastisch cadeautje niet? Het moest er toch ooit eens van komen!’. Zelf was ik iets minder blij, maar ik gaf wél ruiterlijk toe dat dit mischien het duwtje was wat ik al een hele tijd nodig had. Het schoonzusje van mijn broer (tien jaar jonger dan ondergetekende) kreeg trouwens identiek hetzelfde cadeau als dat van mij. Bij het plannen van het kerstfeest was er vooraf al wat over en weer gebeld om afspraken te maken. Toen mijn kerstcadeau ter sprake kwam, werd onmiddellijk duidelijk dat er nóg een familielid was dat best wat rijlessen kon gebruiken (omdat ze er ook té snel de brui aan had gegeven). Toen zij haar cadeau zag is ze wél eventjes huilend naar boven gerend. Nadat de eerste emoties onder controle waren is ze terug naar beneden gekomen en hebben we allebei tegen mekaar gezegd ‘We gaan ervoor, wij kunnen dat!’ Eind januari 2006 was het zover. Eerste rijles. In eerste instantie betekende dat o.a. ‘droog’ leren schakelen zonder dat het contact opstond, wat korte uitleg over de knopjes op het dashboard, gordel aan, sleutel in het contact, de wagen starten, pinker op en rijden maar. ‘Hoezo rijden? Ik weet niet wat ik moet doen?’ ‘Jawel, dat weet je dadelijk wél. Ik leg je tijdens het rijden uit wat je waar én wanneer moet doen. Als je niet luistert, kan ik zelf nog meeremmen en eens aan jouw stuur draaien, kameraad’. Wij dus die eerste avond van aan de rijschool richting Bokrijk en datzelfde traject een paar keer opnieuw. De dag erna identiek hetzelfde parcours maar na het tweede rondje mocht ik afslaan richting Hasselt waarna ik op de Grote Ring terechtkwam in vééél drukker verkeer. Aanvankelijk was ik nog wat angstig, maar al snel was het kicken geblazen. Dag erna, wéér een stapje verder. Na een les of vier ben ik al naar de garage gegaan om mezelf een nieuwe wagen te bestellen (dat ging nog net aan de saloncondities van het autosalon). In april begon ik eindelijk toertjes te maken met mijn eigen auto. Mocht ik destijds geen déclic hebben gemaakt, dan zou mijn leven er toch héél anders hebben uitgezien (besef ik nu). Autorijden is heus niet moeilijk, daar ben ik na al die jaren wel achter gekomen. Het duurt echter wél even voor je jezelf een goeie chauffeur mag noemen.

Posted 23/08/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (83)   Leave a comment

studentenvoorstellingen, geen makkie

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Gisteren stond er in de krant een artikel van een doctoraatsstudente die ervoor pleit om smartphones te bannen uit concertzalen omwille van het storende gedrag dat wordt uitgelokt door filmende, facebookende of ogenschijnlijk sociaal zijnde asocialen die totaal geen interesse tonen voor het optreden. Ik denk dat het mooi is dat een jonge vrouw dit onderwerp onder de aandacht wil brengen, maar dat het een utopie is om te denken dat ‘iets verbieden’ het fenomeen ooit in de kiem zal smoren. Er zijn artiesten die smartphonegebruik ronduit storend vinden, maar je hebt er ook die het net aanmoedigen om ‘m al eens te gebruiken. Als muzikanten/concertzalen én andere belanghebbenden geen eenduidig statement uitbrengen, dan wordt een verbod sowieso dode letter. Voor alle duidelijkheid: ik heb geen problemen met mensen die eventjes hun smartphone gebruiken voor een paar foto’s of om een korte video te maken. Je hebt echter ook (jonge)lui die er voortdurend mee voor je gezicht staan te zwaaien en constant staan te filmen. Bij sommige mannen is die gsm precies aan hun hand vastgelijmd als was het een verlengstuk van hun penis (voor vrouwen kunnen we ongeveer hetzelfde zeggen minus die penis dan). 😉 ‘Was het vroeger dan zoveel beter?’ hoor ik een aantal mensen al denken. In alle eerlijkheid: dat was hoegenaamd niet het geval. Ik denk dan spontaan terug aan mijn middelbare schooltijd (lang geleden, toen er van mobiele telefoons überhaupt nog geen sprake was). Ik denk dat de directie elk jaar ongeveer één keer per trimester een verplichte schouwburgvoorstelling plande. Vooraf werd er uiteraard gecommuniceerd wat we precies te zien zouden krijgen. Een film, een theatervoorstelling, muzikaal theater of cabaret. We zullen voor elk van de hier opgesomde cultuurevenementen één concreet voorbeeld van vroeger geven. In 1992 was er bijvoorbeeld een verplicht nummertje ‘Daens’ van Stijn Coninx in de toenmalige Trioscoop aan de TT-wijk in Hasselt. Volgens mij hield iedereen zich mooi aan de richtlijnen (braaf kijken, iets té veel snoepen tijdens de film). Krakende chipszakken waren toen al niet bevorderlijk voor het humeur. Iets té veel zuurtjes eten waardoor je na afloop een geïrriteerde tong had: ik weet er alles van! Eén specifieke theatervoorstelling staat me ook nog goed bij: ‘Karel ende Elegast’ opgevoerd door één of ander beroepstheatergezelschap. Ik zat die keer op de eerste rij héél dicht bij de acteurs, dus hield ik mijn mond (wat anders ook niet altijd het geval was). We zaten daar met verschillende scholen die bewuste voorstelling te volgen en zelf hoorde ik uiteraard ook (vooral tijdens stille momenten in de voorstelling) dat er elders in de tribunes luidop werd gegiecheld én gebabbeld. Op het irritante af, mag je wel zeggen. Tot het moment dat één van de acteurs zijn helm afzette, van de bühne stapte en de tribunes in liep waar hij boos een paar jongens de levieten ging lezen. Hij was razend kwaad en eiste dat die gasten (niet van onze school trouwens!) onmiddellijk de zaal zouden verlaten, anders zou hij niet verder spelen. Onmiddellijk kwam er een leerkracht aangesneld die de ‘stoute heren’ stante pede naar buiten escorteerde. De acteur trok terug richting podium en speelde daarna gewoon verder alsof er niets aan de hand was. Verdere rellen bleven hierna uit. Conclusie: zelf initiatief nemen en het probleem aankaarten én oplossen bespaart je achteraf een hoop problemen. Ander voorbeeld: muzikaal theater in een andere taal (het Engels), zoals ‘The Canterbury Tales’ van Geoffrey Chaucer. Ik herinner mij dat ik vooraf dacht dat we een saaie raamvertelling zouden krijgen, maar dat bleek niet het geval. Het stuk was goed te volgen, het was zelfs bijzonder grappig en als top of the bill werd er af en toe iemand uit de zaal geplukt om te musiceren, een figurantenrol te vertolken of louter om een beetje dommig als decorstuk te dienen. Het tofste aan het concept was dat er altijd wel een leerling/leerkracht uit onze school werd aangeduid, die natuurlijk geen idee had wat hij/zij daar moest gaan doen. Ze kregen slechts enkele summiere aanwijzingen en hierna volgde hun fifteen minutes of fame. Het was telkens hilarisch om te zien hoe figuranten ofwel volledig op hun bek gingen of zich net ontpopten tot ware showbeesten. Voor de cabaretvoorstelling komen we tot slot uit bij De Nieuwe Snaar, sinds 2014 niet meer actief. Muziek in combinatie met acrobatie was altijd bang afwachten, maar het gezelschap kreeg moeiteloos de zaal mee. Ik herinner me alleszins geen incidenten. Zelf pik ik jaarlijks een aantal theatervoorstellingen mee. Vaak bestaat de grote meerderheid van de toeschouwers uit zéér jonge mensen met een bijzonder korte attention span, die verplicht op pad worden gestuurd om er later een schoolwerkje aan te wijden. Omdat ze vooraf nogal luidruchtig zijn hou ik steeds weer mijn hart vast, maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat er in 90 % van de gevallen geen vuiltje aan de lucht is. Het meest enthousiaste applaus komt vaak van het jonge grut. De wereld is dus (tot nader order) nog niet om zeep!

Posted 06/08/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (82)   Leave a comment

freddy maertens, de man die zijn volk leerde koersen

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Van de volgende herinnering ben ik vrijwel zeker dat ze zich in 1982 afspeelde. Dat weet ik omdat Freddy Maertens in 1981 de groene trui won in de Tour de France. De laatste jaren (het is al minstens vijftien jaar geleden dat ik nog hele ritten heb gezien) is mijn aandacht voor de TdF wat verslapt, al zie ik soms wel exploten (zoals die van onze landgenoten in deze Tour). Toch staan me nog flink wat beklijvende beelden uit het verleden voor de geest: o.a. de achtsecondenstrijd tussen Laurent Fignon en Greg Lemond bijvoorbeeld (in 1989), het machtsvertoon van Marco Pantani, de (alleen)heerschappij van Lance Armstrong, de klasse van Miguel Indurain, het jaar van Jan Ullrich, de doortochten van een Italiaanse berggeit als Claudio Chiapucci, de nadagen van Bernard Hinault, het Festinaschandaal met o.a. Richard Virenque én de dramatische tourrit waarin Fabio Cassartelli het leven liet in 1995. Blijkbaar mogen we daar ook de Tour van 1981 bij tellen. Ik stel me dan voor dat ik aan de overkant van de straat (bij mijn grootouders) wel eens iets oppikte van de koers want meestal zaten er hoop familieleden rond de tv verzameld om de ritten te volgen. Het zijn alleszins geen hele heldere herinneringen. Wat ik wél nog zeker weet is dat er in 1982 een Ronde van Limburg werd gereden en dat we daar met het hele gezin (vader, moeder, broer Bart en ik) naar zijn gaan kijken. We hebben ons tijdens die ronde op twee of drie plaatsen (waar ze passeerden) geïnstalleerd en de doortocht van de renners afgewacht. Eén keer ergens in Bolderberg of Stokrooie en ook in de buurt van de finish in Hasselt. Of we de renners effectief hebben zien finishen in alle drukte weet ik niet meer precies, het kan ook zijn dat we dat via een miniradiootje hebben gehoord. We zaten dus onderweg te wachten op de renners. Ik kan me voorstellen dat mijn vader ergens tussen het publiek heeft gestaan met een verrekijker om in de verte te turen, zodat hij ons tijdig kon waarschuwen wanneer er iets stond te gebeuren. Mijn broer en ik drentelden wat rond in de buurt, tot we aan het aanzwellende geluid in het publiek konden horen dat de renners in aantocht waren. Omdat Freddy Maertens het jaar ervoor zijn groene trui had gepakt in de Tour was hij natuurlijk zéér herkenbaar in het peloton. Toen wij ‘m voorbij zagen razen riepen we in koor ‘Allez Freddy!’. Dat was kicken! Op naar de volgende halte. Daar konden we ons ophouden in de buurt van de bevoorrading. Toen ik Freddy bijna kon aanraken, riep ik met een benepen stemmetje opnieuw ‘Allez Freddy!’. Maertens knipoogde eens naar mij alsof hij wilde zeggen ‘We zullen dat spel hier straks eens snel gaan winnen’. Dat gebeurde dan uiteindelijk ook aan de meet in Hasselt, waar hij met sprekend gemak de koers won. Wij door het dolle heen uiteraard, want wat hadden wij goed gesupporterd. In 1987 zou Freddy Maertens op zijn 35ste stoppen als actief wielrenner.

Posted 22/07/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (81)   Leave a comment

liften is so 80's

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Wat doen jonge kinderen die zich in de vakantie een beetje vervelen? Die trekken bijvoorbeeld, zoals wij in onze jonge jaren wel eens deden, op avontuur. Wij hadden nog de ongelofelijke luxe dat we bij mooi weer zo goed als op straat woonden. We hadden weien waarin we konden rondlopen, we konden hutten bouwen, met ons fietsje crossen door de bossen aan de Teut, … noem het gerust wat doelloos rondhangen. Op zekere dag (ik kan hooguit een jaar of tien zijn geweest) wilden we met een viertal mensen (minstens drie jongens en volgens mij was er ook één meisje bij) iets meer schwung in onze dag brengen. In eerste instantie bewogen we ons voort op bekend terrein, maar al snel verlegden we onze grenzen naar spannender oorden. Zo waren we rustig begonnen met de gracht waar we in de winter altijd met onze slee naar beneden raasden, aan het ende van onze straat. Toen was dat nog doodlopend gebied waar boven een afgesloten parking was waar pendelaars hun auto kwijt konden. Maar je kon ook verder langs wat hagen richting de brug op weg naar Houthalen doorwandelen. Om één of andere reden beslisten we echter om over de gracht te springen, hier en daar moesten we zelfs over prikkeldraad om door een paar weien te wandelen. Naast wat voederbakken en enkele grazende koeien was er (vermoedelijk door de boer die eigenaar was van de wei) een ingenieus systeempje in mekaar gestoken dat ervoor zorgde dat die koeien altijd voldoende water hadden. Buiten gras stond er op het hele terrein nog een soort van stalletje waar de koeien in geval van regen konden gaan schuilen. Omdat we het daar al snel hadden gezien, liepen we maar terug richting afrit van de autostrade. Na wat klimwerk tussen de dennen door stonden we op zeker moment vlak langs de voorbijrazende auto’s die richting Genk reden. Enkele olijkerds toeterden vrolijk toen ze ons zagen staan, maar het merendeel vervolgde rustig zijn weg. Eén van ons kwam toen op het lumineuze idee om te gaan liften, want dat leek ons wel spannend. We staken met vier tegelijk onze duim op, maar er gebeurde natuurlijk niets. ‘Als we langzaam een beetje achteruit mee in de juiste richting lopen, is er meer kans dat iemand ons meeneemt’ sprak één van ons. Op zeker moment zagen we wél iemand op de brug van Houthalen staan, die wild zwaaiend in onze richting stond te wuiven. Was dat nu voor ons bedoeld? Het antwoord volgde vrij snel, want in de verte doemden o.a. vader Ambijans én de vader van één van onze andere vrienden op. Zij liepen snel in onze richting, duidelijk met een angstige blik in hun ogen. ‘Maar jongens toch, kom maar snel naar huis. Hier moeten jullie niet rondhangen!’ Iets van die strekking werd er gezegd, waarna we rustig mee naar huis wandelden. Al vrij snel werd ons verteld dat het verboden was om langs de autostrade te liften en dat zoiets gevaarlijk was op onze leeftijd. Dat zal ook effectief zo zijn geweest en vermoedelijk zal niemand van die leeftijd zich nog zoiets in zijn of haar hoofd halen. Al ben ik van dat laatste niet helemaal zeker …

Posted 13/07/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (80)   Leave a comment

praterpark wenen

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Onze zomervakantie van 1989 is er eentje die we niet licht zullen vergeten. Het was een vakantie in twee etappes, die ons via een tussenstop in Wenen uiteindelijk aan het Balatonmeer (in het plaatsje Vonyarcvashegy) zou brengen. In onze auto zaten mijn ouders, mijn broer, een nicht én ikzelf. In een andere wagen zaten mijn tante en nonkel. Onze eerste halte was dus de hoofdstad van Oostenrijk, Wenen. We verbleven ter plaatse in een soort van groot oud herenhuis waarin een Limburgse priester (familie van kennissen) woonde. Zijn huis was zo groot dat je er haast in leek te verdwalen. Toen wij er waren ving hij bijvoorbeeld ook een Pools echtpaar op, dat nogal wat issues had. Maar dat is verder niet relevant voor mijn verhaal. Overdag liepen wij langs alle bezienswaardigheden die Wenen rijk was, waarna we ons op het einde te goed deden aan de plaatselijke specialiteit zijnde Sachertorte. Nu moet ik zeggen dat ik die lekkernij toen al zwaar overroepen vond. ’s Avonds maakte de Limburgse priester het bij hem thuis reuze gezellig. De man kon aangenaam vertellen en tijdens die verhalen keek hij niet op een fles rode wijn meer of minder. Het was m.a.w. supergezellig! Hij was blijkbaar ook lid van de vrijwillige brandweer, een plek waar hij ons ook mee naartoe nam voor een rondleiding. De horrorverhalen over uitgebrande wagens met lijken in (inclusief foto’s voor de liefhebbers!) vormden ook een nogal luguber onderdeel van zijn exposé. Gelukkig speelde mijn nicht dan op één of andere verdieping in het huis (waar een mooie piano stond opgesteld) een ludiek riedeltje, zodat wij (toen 17 jaar oud) met een gerust gemoed konden gaan slapen. 😉 Wat ik ook altijd ben blijven onthouden: ons bezoek aan het Praterpark met het legendarische reuzenrad, die o.a. voorkomt in de film ‘The third man’ van Carol Reed. Uiteraard hebben we daar eens ingezeten. Na enkele dagen zegden we Wenen vaarwel om koers te zetten richting Hongarije. We hadden op een bepaalde plek afgesproken met de eigenaars van het huisje, waarin we een tijdje zouden verblijven. Ter plaatse werden we effectief opgewacht door een echtpaar in een Trabantje. De man des huizes demonstreerde ons zelfs de stevigheid van zijn autootje, omdat hij zag dat we het een nogal grappig ding vonden. Onze vakantie ginds werd bekrachtigd door het drinken van wat schnaps. Voor mijn gevoel zijn we maar enkele dagen in Hongarije geweest, in werkelijkheid was het toch iets langer. Ik herinner mij een bezoek aan het Balatonmeer (waar mijn broer en ik met een miniwoordenboek Hongaars) contact wilden leggen met wat plaatselijke meiden op het strand. Meer dan wat gegieber van hun kant was er niet mogelijk. Op straat werd je soms door plaatselijke mensen aangesproken om hun plaatselijke munt om te wisselen in iets anders. In de winkels waren er véél lege schappen of er was precies gerantsoeneerd tot het hoogstnoodzakelijke. Het zou de voorbode zijn van de latere val van de Berlijnse Muur enkele maanden nadien in november 1989. Op zekere dag hoorden we ginds dat de gezondheidstoestand van mijn grootvader (90 jaar op dat moment) niet zo goed was. Mijn tante schoot onmidddellijk in een huilkramp. Toen ze aan haar zoon (mijn neef) vroeg of we niet beter naar huis kwamen, zei die dat het misschien de beste oplossing was. Mijn nicht (familie van moeders zijde) had verder geen uitstaans met die familiekwestie, dus zij bleef gewoon ginds. Ze zou later op eigen houtje nog naar Boedapest reizen en daarna terug naar ons land. De droeve boodschap van mijn grootvaders toestand had eigenlijk een nefaste uitwerking op mijn tantes autorijkunsten. Ze begon plots als een bezetene (160 km/u) over de autosnelweg naar huis te rijden. Volgens mij zijn we enkel nog gestopt om te tanken, voor de rest had mijn tante geen aandacht. Mama en papa vonden die dollemansrit naar huis allesbehalve gezellig … en dan zwijgen we nog over de veiligheid. Toen we ’s avonds in Zonhoven arriveerden, stond mijn neef ons al op te wachten. Mijn grootvader was helaas al gestorven vóór we uit Hongarije waren vertrokken. Mijn tante stortte op dat moment in, wij gingen daarna vrij snel ons bed in. Wij zijn dus ooit in Hongarije geweest, maar het zal wellicht tot in de eeuwen der eeuwen onze kortste zomervakantie ooit blijven!

Posted 05/07/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (79)   Leave a comment

in de 80's kon je nog gewoon op straat spelen

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

De grote vakantie staat weer voor de deur, dus dat betekent dat het jonge volkje straks weer dik twee maanden kan spelen én ravotten. Deden wij dat ook in onze jonge jaren? Je mag gerust zijn! Ik prijs mezelf gelukkig dat wij toentertijd vrij zorgeloos op straat konden rondfietsen, dat er toen wellicht minder speeltuigen of spelletjes waren maar dat we ons vrijwel nooit verveelden. De Laambeekbroekweg (of ‘het steegje’ zoals wij het noemden) hebben we een paar duizend keer op en af gefietst. Zelfs al was er op het einde een serieus risico op platte banden. Er lag namelijk een klein ijzerfabriekje (deels Berkenenstraat, deels Houthalenseweg) en die vervoerden wel eens per kruiwagen afval (ijzervijlsel e.d.) vanuit de fabriek naar het terrein erlangs. Wanneer er restafval op de grond viel, reed je je fietsbanden er vroeg of laat eens mee kapot. In het steegje werd veelal rondgehangen op de fiets. We maakten er wel eens een praatje met een oudere man (die Peter heette) en die ondertussen al ruim een kwarteeuw is overleden. Hij had o.a. katten én een hond, die Pompidou heette. Hij probeerde ons ook uit te leggen hoe die hond aan zijn naam kwam, maar toen ie zag dat er bij ons geen belletje van herkenning ging rinkelen liet hij het onderwerp verder rusten. Als we ‘m zagen, dan riepen we hem en dan werd er steeds over koetjes en kalfjes gesproken. Wanneer er niet werd gefietst, hielden wij ons schuil op een terrein langs mijn ouderlijke woonst. Daar woonden mijn grootouders. Via een paadje tussen de bomen konden we makkelijk op hun terrein geraken. Achter hun woning hadden ze een wat verwilderd huisje staan, dat blijkbaar ooit dienst had gedaan als stal voor hun beesten. Die stal stond nog redelijk goed overeind, al was een deel van het dak er ooit af gewaaid. Mijn vader hing er daarna een soort van tentzeil over waarna we het er alsnog droog konden houden bij regenweer. Al kon je in geval van regen toch maar beter een deftige regenjas dragen! Wat deden we daar o.a.? Cowboy en Indiaantje spelen, meestal doelloos rondhangen en als het écht mooi weer was namen we boeken of strips mee om in ‘ons clubhuis’ gezellig te gaan lezen. Alle vriendjes en vriendinnetjes die van het bestaan afwisten waren er trouwens welkom. Het klinkt allemaal idyllisch en dat was het voor mijn gevoel ook. Bomma en bompa hadden tegen hun huis aan ook nog een andere stal, waarin o.a. konijnen en kippen zaten. Aan de buitenkant stond er een ladder tegen het huis die naar een soort van hooizolder leidde. Ooit hebben we daar een dode kat op gevonden, die er waarschijnlijk al een tijdje lag, want ze was (weliswaar vrij goed bewaard), maar zo hard als karton. Niet dat ik erg happig was om het uit te testen, maar soit … Mijn grootouders hadden ook verschillende honden, waarvan er eentje (Mickey) hen overleefde. Hierna werd het een soort van zwerfhondje dat overal vrij rond kon lopen op het terrein. Het beestje kreeg altijd braaf eten en drinken, kwam regelmatig eens bij ons op bezoek om daarna weer braaf naar zijn oude stekje terug te keren. Na een prachtleven stierf het uiteindelijk op een (gezegende) hondenleeftijd!

Posted 28/06/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (78)   Leave a comment

agressieve chauffeurs, van alle tijden

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Ik was een jaar of 17 en het was een zonnige dag geweest (bloedheet zelfs), een beetje zoals op dit moment. In die tijd (zo’n dertig jaar geleden) trokken wij op de fiets (met een hele hoop kameraden) richting Brobra in de Hortweidenweg, waar we een ijsje gingen eten. Nadat we daar de hele tijd gezellig hadden gezeten, besloten we (toen het al wat donkerder begon te worden) om toch nog eventjes met zijn allen richting Zonhoven te fietsen, om daar nog iets gaan te drinken. Via de Hoeveweg kwamen we op de Zavelstraat terecht, waar we via de rode lichten naar het centrum trapten. We reden met een paar fietsen langs mekaar (ik weet het, da’s gevaarlijk maar ik zie dat het dertig jaar na datum nog steeds gebeurt) in een laatste rechte lijn richting café. Plots kwam er een auto met een behoorlijke snelheid vlak langs ons heen geraasd. We schrokken ons een hoedje én één van mijn vrienden stak woedend zijn middenvinger op. Even verderop ging de bestuurder hard in de remmen, waarna hij ‘m in achteruit gooide en vlak voor ons terug tot stilstand kwam. Ohoh! Een norse, kalende man, klein postuur, beetje dikbuikig kwam op ons afgebeend. Hij brulde op degene die zijn middenvinger had opgestoken en trok ‘m nogal hardhandig z’n t-shirt kapot. ‘Hé, wat was dat jongen? Tekens op mij doen?’ Hij stak een priemende wijsvinger omhoog en riep ‘Zoals jou pak ik er drie tegelijk, drie!’ Hij keek ons nog even aan, liep terug naar zijn wagen en hij reed gewoon verder. Daar moesten we toch eventjes van bekomen. ‘Nu kan ik best wel een dikke pint gebruiken’ zei iemand van ons. Eén van ons had zelfs het kentekenbewijs van de ‘agressieve bullebak’ onthouden, al kwamen we snel tot de conclusie dat we daar weinig mee konden doen. Nog eventjes afkoelen op café en daarna snel naar huis. Dat was ons plan. Toen we het café binnenkwamen en ergens achterin gingen zitten, viel ons een man op die op een kruk aan de toog zat. ‘Hé, is dat die man niet die ons daarnet zo brutaal heeft behandeld?’ Nadat de cafébaas onze bestelling had opgenomen, besloten we (wanneer hij terugkwam met onze pintjes) om eens voorzichtig te informeren. ‘Zeg, mogen we eens iets vragen? Die kalende man die daar aan de toog zit, ken jij die toevallig?’ ‘Jaja, da’s X, een vaste klant hier’ sprak hij. ‘Waarom moeten jullie dat weten?’ Daarna vertelden we hem wat ons vlak daarvoor was overkomen. De cafébaas fronste zijn wenkbrauwen eens en zei toen afgemeten ‘Ik denk dat jullie daar niet veel gaan tegen kunnen doen, want X is politieagent.’ Oké, tot zover ons voornemen om er een zaak van te maken. We hebben daar nog een tijdje low-profile iets zitten drinken en zijn na betaling van onze consumpties rustig naar buiten gewandeld. X heeft daar waarschijnlijk nog een tijdje op zijn kruk gezeten. Ik ben ‘m later nog vaker aan de toog van een café tegengekomen. Ik heb ‘m er nooit over aangesproken en ik vermoed zelfs dat hij het voorval al was vergeten vanaf het moment dat hij terug zijn auto inkroop.

Posted 19/06/2019 by ambijans in Algemeen