Archive for the ‘Algemeen’ Category

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (78)   Leave a comment

agressieve chauffeurs, van alle tijden

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Ik was een jaar of 17 en het was een zonnige dag geweest (bloedheet zelfs), een beetje zoals op dit moment. In die tijd (zo’n dertig jaar geleden) trokken wij op de fiets (met een hele hoop kameraden) richting Brobra in de Hortweidenweg, waar we een ijsje gingen eten. Nadat we daar de hele tijd gezellig hadden gezeten, besloten we (toen het al wat donkerder begon te worden) om toch nog eventjes met zijn allen richting Zonhoven te fietsen, om daar nog iets gaan te drinken. Via de Hoeveweg kwamen we op de Zavelstraat terecht, waar we via de rode lichten naar het centrum trapten. We reden met een paar fietsen langs mekaar (ik weet het, da’s gevaarlijk maar ik zie dat het dertig jaar na datum nog steeds gebeurt) in een laatste rechte lijn richting café. Plots kwam er een auto met een behoorlijke snelheid vlak langs ons heen geraasd. We schrokken ons een hoedje én één van mijn vrienden stak woedend zijn middenvinger op. Even verderop ging de bestuurder hard in de remmen, waarna hij ‘m in achteruit gooide en vlak voor ons terug tot stilstand kwam. Ohoh! Een norse, kalende man, klein postuur, beetje dikbuikig kwam op ons afgebeend. Hij brulde op degene die zijn middenvinger had opgestoken en trok ‘m nogal hardhandig z’n t-shirt kapot. ‘Hé, wat was dat jongen? Tekens op mij doen?’ Hij stak een priemende wijsvinger omhoog en riep ‘Zoals jou pak ik er drie tegelijk, drie!’ Hij keek ons nog even aan, liep terug naar zijn wagen en hij reed gewoon verder. Daar moesten we toch eventjes van bekomen. ‘Nu kan ik best wel een dikke pint gebruiken’ zei iemand van ons. Eén van ons had zelfs het kentekenbewijs van de ‘agressieve bullebak’ onthouden, al kwamen we snel tot de conclusie dat we daar weinig mee konden doen. Nog eventjes afkoelen op café en daarna snel naar huis. Dat was ons plan. Toen we het café binnenkwamen en ergens achterin gingen zitten, viel ons een man op die op een kruk aan de toog zat. ‘Hé, is dat die man niet die ons daarnet zo brutaal heeft behandeld?’ Nadat de cafébaas onze bestelling had opgenomen, besloten we (wanneer hij terugkwam met onze pintjes) om eens voorzichtig te informeren. ‘Zeg, mogen we eens iets vragen? Die kalende man die daar aan de toog zit, ken jij die toevallig?’ ‘Jaja, da’s X, een vaste klant hier’ sprak hij. ‘Waarom moeten jullie dat weten?’ Daarna vertelden we hem wat ons vlak daarvoor was overkomen. De cafébaas fronste zijn wenkbrauwen eens en zei toen afgemeten ‘Ik denk dat jullie daar niet veel gaan tegen kunnen doen, want X is politieagent.’ Oké, tot zover ons voornemen om er een zaak van te maken. We hebben daar nog een tijdje low-profile iets zitten drinken en zijn na betaling van onze consumpties rustig naar buiten gewandeld. X heeft daar waarschijnlijk nog een tijdje op zijn kruk gezeten. Ik ben ‘m later nog vaker aan de toog van een café tegengekomen. Ik heb ‘m er nooit over aangesproken en ik vermoed zelfs dat hij het voorval al was vergeten vanaf het moment dat hij terug zijn auto inkroop.

Posted 19/06/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (77)   Leave a comment

vandaag een dooddoener

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

De allereerste dode die ik ooit zag in familiekring was een tante die in februari 1981 overleed aan de gevolgen van ALS, al had men er in die tijd nog geen exacte benaming voor. Ik hoorde mijn moeder ’s morgens vertellen dat ze in de ouderlijke woonst (aan de overkant van onze straat) was overleden in haar ziekbed. Ik ben toen ’s morgens voorzichtig over de oprit langs het raam gewandeld en daar zag ik haar vredig liggen. Omdat ik het toch maar akelig vond, ben ik toen maar snel doorgelopen. Enkele jaren later (in 1983) overleed mijn grootmoeder (aan vaders kant) op 83-jarige leeftijd. Zij was al jaren dement en overleed ook in het kamertje waar wij haar wel eens gingen opzoeken als kind. De laatste jaren van haar leven kon je eigenlijk weinig zinnige conversaties met haar voeren. Ze herkende geen familieleden meer of ze verwarde mensen met ander volk die zij ongetwijfeld heeft gekend toen ze zelf jong was. Ik ging wel eens met kameraden (die in de buurt woonden) bij haar op bezoek. Na verloop van tijd begon ze dan liedjes te zingen uit lang vervlogen tijden (‘de tijd van toen’ van Jan Theys, zoiets!), wij schoten dan als jonge kinderen vaak in de lach. Meestal gingen we niet lang daarna terug naar huis. De avond dat ze stierf zat ik (waarschijnlijk samen met mijn broer) bij mijn andere grootouders aan de overkant van de straat naar ‘Q&Q’ te kijken dat toen (ongetwijfeld al in herhaling) liep op de Nederlandse televisie. Toen mijn grootvader (toen al een krasse negentiger) me vroeg of ik al bij bomma was geweest om een kruisje te gaan geven antwoordde ik ontkennend. ‘Maar waarom ga je niet kijken?’ vroeg hij teleurgesteld. ‘Ik ben bang, ik durf niet naar dode mensen te gaan kijken’ zei ik met licht bevende stem. Waarop mijn grootvader een heel exposé afstak over de oorlogsjaren (hij was oudstrijder en maakte zowel WOI als WOII van dichtbij mee). Hij had zoveel dode mensen gezien dat hij de tel was kwijtgeraakt. ‘Ik heb er toen ook niet om gevraagd om al die dode mensen in de oorlog te zien, maar ik heb het toch allemaal ondergaan. Je moet écht een kruisje gaan geven aan bomma, da’s het laatste wat je nog voor haar kan doen’ sprak hij met een snik in zijn stem. Dat gesprek met mijn grootvader opende in zekere zin mijn ogen want ik raapte al mijn moed bij mekaar, stak schuin de straat over en wandelde bij mijn grootouders binnen. Daar zaten enkele familieleden waaronder mijn aangeslagen grootvader rond het bed. Toen ik iets dichterbij kwam zag ik bomma héél vredig in bed liggen, net alsof ze in een diepe slaap was terechtgekomen. Het was niet akelig, het was niet vreemd, het voelde eigenlijk heel gewoon aan. Nadat ik nog kort even afscheid nam van iedereen, ging ik terug naar huis. ‘Ik zie niet graag dode mensen’ of ‘Ik kan daar niet tegen’ stond vanaf dan niet meer in mijn woordenboek. Wat niet wegneemt dat ik bij sommige dode familieleden of kennissen toch nog hevig geëmotioneerd ben geraakt. Ik heb toen in 1983 geleerd dat de dood iets is waar we allemaal door moeten, vroeg of laat.

Posted 11/06/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (76)   Leave a comment

een fluodag met gevolgen

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Mensen doen wel eens domme/zotte dingen als ze jong zijn. Er schuilt geen écht kwaad in, tenzij dan hoogstens een beetje kattekwaad. Zo heb ik in mijn voorlaatste jaar middelbaar eens iets héél onnozels gedaan, tegen beter weten in eigenlijk. In de voormiddag had ik het met een klasgenoot (die ik hier omwille van privacyredenen niet zal vernoemen) afgesproken, in de namiddag werden onze woorden al meteen in daden omgezet. De eerste zonnestralen hadden net die week hun intrede gedaan en de kolder was ons hierna blijkbaar een beetje in ons hoofd geslagen. ‘Ik kom namiddag naar school in een fluoshort én een kostuumjas’. ‘Serieus? Als jij dat doet, dan doe ik gewoon mee!’ ‘Haha, jij durft dat niet?’ ‘Nee? Je zal het wel zien. Om 12u40 bij mij thuis in fluoshirt én kostuumjas?’ ‘Tuurlijk dat, lachen jongen!’ Wij doken in onze kleerkast voor een deftige kostuumjas en voor wat waarschijnlijk onze meest opzichtige fluoshort van de hele hoop was. Toen was fluo nog niet zo ‘fout’ als nu, maar toch … Puntje kwam uiteindelijk bij paaltje en op het afgesproken uur ontmoetten we elkaar aan de ingang van de Kantoorweg. Toen we elkaar zo zagen lachten we onszelf een breuk. We hadden het allebei gewoon gedaan, zo cool zeg! Nadat we onze fiets in de stalling hadden geplaatst wandelden we parmantig de speelplaats op. Er waren verbaasde blikken, er klonk gelach, hier en daar floot iemand (al dan niet) bewonderend. En er was ook iemand die vlakaf zei dat dit niet meteen de allerbeste inval uit de schoolgeschiedenis zou worden. Hij/zij zou uiteraard overschot van gelijk krijgen. We hadden dan ook nog de brute pech dat ons allereerste lesuur in de namiddag Frans was. De leerkracht in kwestie stond bekend als streng en onvoorspelbaar. Iedereen die ooit les van hem heeft gehad, zal dat kunnen bevestigen. Voor alle duidelijkheid: na ons afstuderen leerden we de man van een hele andere kant kennen, zoals wel vaker het geval is. Soit, bij het belsignaal trokken we via de speelplaats met de klasrij richting klaslokaal. Tot zover niets aan de hand. De deur van de klas was nog niet eens dicht of hij stond plots langs ons. Hij vroeg ons om eens recht te gaan staan langs onze bank, waarna hij ons aan een nadere inspectie onderwierp. ‘Met deze outfit mogen jullie mijn les niet volgen!’ sprak hij vervolgens op bitse toon. ‘Ga maar terug naar huis om fatsoenlijke kleding aan te doen!’ We dachten nog héél even dat het een grap was, maar aan zijn gezicht konden we zien dat hij het serieus meende. Wij twee dus met de staart tussen de benen per fiets terug naar huis. Eén snelle kledingwissel later stonden we na ongeveer twintig minuten terug op school. We klopten op de deur, gingen naar binnen en wilden onze plaats opnieuw innemen. Dat was echter buiten de leerkracht gerekend. Die wees doodleuk op zijn horloge en zei: ‘jullie zijn allebei te laat voor mijn les, ga maar een afwezigheidsbriefje vragen op het secretariaat met een geldig excuus voor jullie afwezigheid.’ We liepen opnieuw het klaslokaal uit en trokken richting secretariaat. Daar werden we natuurlijk niet meteen opgemerkt door de directie, dus besloten we maar te kloppen. Dat sorteerde gelukkig het gewenste effect. Vervolgens bedachten we een ongeveer gelijklopend excuus waarom we te laat waren. Iemand van het secretariaat vulde ons verhaal op een briefje in en gaf het ons mee. We maakten ons op voor een nieuwe calvarietocht richting klaslokaal. ‘Ah, le voilà’ sprak de leraar, ‘Laat mij eens kijken?’ waarna hij voor een vol klaslokaal onze neergeschreven argumenten omstandig uit de doeken deed. Niemand durfde hardop lachen, er werd door onze klasgenoten hoogstens eens gegrinnikt in onze richting. ‘Asseyez-vous messieurs, s’il vous plaît!’ Hierna ging hij doodleuk verder met de les, die daarna nog ongeveer vijf minuten heeft geduurd. De leerkracht keek bij het naar buiten gaan nog eens in onze richting met een monkellach op zijn gezicht en verliet daarna ons lokaal. We moesten geen straf schrijven, kregen geen aantekening in onze agenda’s, zelfs geen strafstudie, helemaal niets! Hij is er later ook nooit meer op teruggekomen. De zaak werd ‘plain and simple’ geklasseerd. We wisten natuurlijk zelf ook wel dat het een ‘ontzettend domme actie’ was geweest. Noem het gerust een jeugdzonde! Misschien was het feit dat we hierdoor een belangrijke levensles hadden geleerd (‘Doe geen impulsieve dingen waar je achteraf spijt van krijgt’) relevanter dan elke mogelijke sanctie die ons deel had kunnen zijn.

Posted 05/06/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (75)   Leave a comment

blok of belang, het blijft oude wijn in nieuwe zakken

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

In november 1991 trok ik als 19-jarige knaap voor het eerst naar de stembus. Dat moet blijkbaar op zondag 24 november 1991 zijn geweest. Van de verkiezingsverrichting zelf kan ik me amper nog wat herinneren, maar ik weet wél 100 % zeker dat ik telkens bolletjes heb ingekleurd bij de PVV (ondertussen Open Vld). Later op de dag zagen we met verbijstering dat het Vlaams Blok (nu Vlaams Belang) serieus was doorgebroken. Ik herinner me dat we allemaal perplex voor ons tv-toestel zaten en er een zinnige uitleg voor probeerden te verzinnen. Ook op school en in de vriendenkring was ‘Zwarte Zondag’ nadien nog een tijdje een vast gespreksonderwerp. Niet enkel hun ranzige slogans, maar ook hun verkiezingsborden met daarop dreigende boodschappen toonden toen al hun ware aard. De kiem werd enkele maanden daarvoor al flink gezaaid toen ik ergens in september van hetzelfde jaar rechtstreeks een aflevering van ‘Panorama’ (nu ‘Pano’) zat te volgen waarin een reportage was gemaakt over het asielcentrum van Lint. Die zorgde voor nogal wat verdeeldheid onder de plaatselijke bevolking (en dan druk ik me eigenlijk nog licht uit). De sfeer was een beetje beangstigend, mede in de hand gewerkt door een hoop Vlaams Blok militanten die regelmatig luidkeels ‘Eigen Volk Eerst’ zaten te scanderen. En dan moest de toen 16-jarige Isabelle A haar hit ‘Blank of zwart’ ook nog komen zingen. Voor mij persoonlijk heeft het ook zeker bijgedragen aan mijn denkwijze omtrent het migratievraagstuk. Dat extreem-rechtse IK-denken, dat WIJ tegen ZIJ verhaal, die opruiende taal, die haat tegenover vreemdelingen, dat onverholen taalgebruik, die gifspuwende ogen van Filip Dewinter & co … Ik gruwde ervan en ik heb mij ook altijd ver weg gehouden van dit soort volk. Oké, iedereen kent in zijn omgeving integere en lieve mensen die voor het Blok/Belang stemmen/stemden dus we mogen dat hier zeker niet veralgemenen. Maar nu (bijna 28 jaar na datum) denken dat Vlaams Belang de waarheid in pacht heeft, dat zij de stal wel zullen uitgemest krijgen, dat zij snel orde op zaken zullen stellen, … Nee, persoonlijk geloof ik daar niet in. ‘Laat ze maar eens mee reageren’. Eerlijk? Als het kan, liever niet! Al zouden de maskers vrijwel zeker afvallen als ze wél een kans krijgen. Misschien regeren ze zichzelf wel kapot? Maar welke partij(en) gaan zichzelf daaraan wagen? Je kan even goed met ware doodsverwachting en in pure kamikazestijl van de Antwerpse Boerentoren springen. De kans dat je het hierna nog levend kan navertellen lijkt me bijzonder klein. Gaat Bart De Wever er zijn vingers aan verbranden? Hoogstwaarschijnlijk niet, omdat hij nog externe partners nodig heeft voor de Vlaamse Regering. Die zeggen allemaal ‘njet’ tegen Vlaams Belang. We krijgen dus vroeg (of laat) een coalitie van bijna allemaal verliezers die opnieuw de koppen bij mekaar zullen moeten steken. Als ze hun huiswerk niet beter maken, zullen ze over vijf jaar misschien toch het gelag betalen?

Posted 30/05/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (74)   Leave a comment

Paninistickers, wie is er niet mee opgegroeid

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Een oom van mij had in de jaren ’80 een grootwarenhuis in Stabroek, waar we af en toe al wel eens op familiebezoek gingen. Het was een deftige winkel, waar je niet enkel voeding e.d. kon kopen, maar ook kleding dus het had net iets meer standing. Wanneer wij in het weekend soms bij onze grootouders in Zonhoven bleven slapen, kwam hij ook naar Zonhoven afgezakt. Mijn tante (zijn vrouw) stierf begin 1981, maar mijn oom bleef plichtsgetrouw naar Zonhoven komen. Ik zie hem op zondagavonden nog in één van de kamers boven met een machine afdrukken maken om de winkelpromoties van die week in de kijker te zetten. Naast Lotuskoeken en suikerbrood (dat hij wekelijks meebracht naar Zonhoven) is deze oom ook legendarisch omdat hij ons zo’n beetje introduceerde in het verzamelen van Paninistickers voor onze voetbalalbums. Terwijl wij in eerste instantie probeerden om onze albums te vullen door met ons zakgeld stickers te kopen in het plaatselijke snoepwinkeltje, werd dat later vervangen door het kopen van het chocolademerk Cha Cha’s waarin ook een pakket Paninistickers werd verstopt. Omdat we meer voetbalstickers nodig hadden dan we chocolade konden eten, moesten we een andere manier zoeken om onze albums vol te krijgen. Die oplossing werd door mijn oom uit één of andere hoge hoed getoverd. Hij kwam dan op zondagavond langs met een hele zak vol Paninistickers, écht ongelofelijk veel. Die had hij van een ‘reiziger’ gekregen (zoals dat toen werd genoemd), een vertegenwoordiger die bij hem in de winkel kwam leveren en die er makkelijk aan kon geraken. Ik was als kind al een grote voetballiefhebber, dus voor mij was het vervolledigen van mijn Panini-album een absoluut topmoment! Elk pakje werd opengescheurd en daarna moesten we controleren waar de sticker moest worden geplakt. Wanneer we een bepaalde sticker al hadden, kwam hij in ons hoopje ‘dubbels’ terecht. Die konden we maandagmorgen mee naar school nemen, waar er altijd wel vrienden waren die ontbrekende stickers met ons konden ruilen. Ik kan enkel maar zeggen dat die avonden ons héél wat genot hebben bezorgd. Het was niet alleen een plezante hobby, maar ook nog eens nuttig! Zo leerden we bijvoorbeeld ook nog eens onze woordenschat verbreden door de korte uitleg die er bij de spelers stond. Speler x was een goede verdediger, maar soms nogal wispelturig, terwijl speler y dan weer een vlot scorende aanvaller was, die polyvalent was maar af en toe wél té opportunistisch. Ik vroeg dan steeds aan mijn moeder wat die woorden betekenden waarna zij ze ‘in nóg eenvoudiger taal’ overbracht. Ik heb uiteindelijk verschillende jaargangen Panini-albums gevuld, ook van Wereldbekers e.d. Tegenwoordig zie ik ze niet meer opduiken, dus ik vermoed dat er geen albums meer worden uitgebracht van pakweg spelers uit onze Jupiler Pro League. Bij EK’s en WK’s voetbal heb ik ze wél nog gezien. Dat zo’n mooie hobby van vroeger tegenwoordig niet écht meer bestaat is jammer, maar we praten dan ook over een hobby die op 35 à 40 jaar een enorme evolutie heeft ondergaan. *EDIT* Verschillende bronnen melden mij ondertussen dat de Paninistickers nog steeds ‘alive and kicking’ zijn bij het jonge volkje. Een héle opluchting wat mij betreft, maar ook alweer het zoveelste bewijs dat we de schoolspeelplaats ondertussen zijn ontgroeid! 😉

Posted 24/05/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (73)   Leave a comment

Wout Wijsmans, beste Belgische volleybalspeler uit Zonhoven

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Er was ooit een tijd dat het kleine en nietige Zonhoven een deftig volleybalteam op de been wist te brengen in de eredivisie. In de loop der jaren kregen ze wel eens een naamswijziging (naargelang de hoofdsponsor veranderde), maar de naam die wij maar laten we het vandaag gewoon houden op VC Konings Volley. Om een lang verhaal kort te maken: via kennissen (die deel uitmaakten van de supportersclub) schafte ik mezelf een jaarabonnement in het seizoen 1988-1989. Het was het jaar waarin het team o.a. twee sterke Zweden (Hakan Björne en Urban Lennartsson) naar ons land wist te halen. Ik ben maar één jaar abonnementhouder geweest en daar is een goede reden voor. Op school kon ik nl. via één van mijn kameraden gratis tickets krijgen voor de wedstrijden die niet als ‘topper’ stonden aangeduid in de kalender. Tegen Maaseik, Roeselare, Zellik & co ging ik betalend, tegen de mindere goden kon ik voor niks gaan kijken. In de loop der jaren hebben we niet alleen wilde taferelen meegemaakt in de toenmalige Remelshal, maar ik herinner mij ook spraakmakende uitwedstrijden. Mijn allereerste was naar Roeselare. Lang in de bus zitten, daarna in de cafetaria iets gaan drinken om een half uur later naar de wedstrijd te kunnen kijken. Goed gelachen die dag, maar wél kansrijk verloren ginds. Onze verplaatsing naar Torhout was al een pak gezelliger. Torhout was ook een lastige opponent (met o.a. György Grozer in hun rangen). Een man met handen als kolenschuppen! De apotheose na die vijfsetter ginds die meer dan drie uur had geduurd was legendarisch. In pure extase doken we van de tribune naar beneden. Ik ben ook een paar keer in Maaseik gaan kijken, maar dat was altijd ‘van een kale kermis thuiskomen’. En er was die keer toen mijn moeder in Temse moest gaan toneelspelen, op dezelfde avond als Zonhoven Kruibeke partij moest geven. Bij hen speelde dan weer Ben Croes. Kruibeke was geen partij voor Zonhoven, dus die werden in drie kurkdroge sets weggeserveerd. In 1994 kwam plots het piepjonge volleybaltalent Wout Wijsmans in the picture. Op zondag 17 maart 1996 beleefde de club een heus gloriemomentje. Ik heb het toegangsticket van de match als een soort van relikwie bewaard. Met een hele colonne bussen vertrokken we vanuit het Zavelhof richting Charleroi, waar de bekerfinale tegen Maaseik moest worden gespeeld. Ter plaatse kregen we allemaal identiek hetzelfde t-shirt om te dragen. Wout Wijsmans nam de ploeg zo op sleeptouw, dat Zonhoven die dag oppermachtig was. Maaseik met 3-0 naar huis gestuurd! Daar zijn zelfs nog beelden van. Opnieuw een delirium voor de jonge Ambijans! Om nog maar te zwijgen over het feestje in de tent achteraf die in de buurt van de evenementenhal stond en waar we achteraf nog liters bier hebben gedronken. Eén jaar later stond er (raar maar waar!) opnieuw een bekerfinale gepland tussen de grote opponenten. Die was een pak spannender … maar we verloren wél met 3-2, vooral omdat Wijsmans toen in het kamp van de tegenstrever stond. Er volgde nog een klein feestje in de Kwint, al hing er toen een raar sfeertje omdat de club financiële problemen had. Mismanagement én een totaal gebrek aan visie zorgde ervoor dat de stekker uit het Zonhovense volleybalsprookje moest worden getrokken. Uit de as van de ooit roemrijke club ontstond VC Helios Zonhoven.

Posted 18/05/2019 by ambijans in Algemeen

Dinsdagmenu Jozef Plevoets (Festicup)   Leave a comment

jozef plevoets

Truienaar Jozef Plevoets (Festicup) begon zijn bedrijf ooit in de garage van zijn ouders maar is ondertussen doorgegroeid naar een bedrijfspand in Zonhoven. Hij werd eerst Limburgse Starter van het jaar 2018 en daarna werd hij Vlaamse Starter van het jaar. In tijden waarin klimaatspijbelaars het nationale nieuws domineren ontwikkelde hij een vrijwel identieke filosofie: hoe kunnen we een zo milieuvriendelijk mogelijk bedrijf worden? In zijn geval wil hij zo snel mogelijk komaf maken met die zee van plastic bekers die jaarlijks onze festivalweides ontsieren. Dat doet hij door onbreekbare en herbruikbare bekers te produceren en ook elders proberen ze symbool te staan voor de circulaire economie. Hoe minder afval hoe beter! Hoe is zijn bedrijfsfilosofie ontstaan? Hoe ziet hij de toekomst en wat wil hij nog graag verwezenlijken? Hij komt het allemaal vertellen tijdens ons dinsdagmenu.

UPDATE

Als er geen voetbal op tv is, heb je altijd nog kans dat het net terrasjesweer is … of dat zo’n idioot Eurovisiesongfestival (wie kijkt daar nog naar?) wat roet in het eten gooit. Dat belette Jozef Plevoets niets om zijn levenshandel én wandel bij ons uit de doeken te doen. Het is ook plezant om vast te stellen dat er steeds een klein én fijn publiek is voor onze lezingen en dat zij ook niet aarzelen om actief vragen te stellen aan de spreker van dienst. Dat zorgt er mede voor dat het nooit saai is. Het publiek tevreden, wij dus ook. Voor ons volgende dinsdagmenu is het nu wachten tot 22 oktober a.s. wanneer postdoctoraal onderzoeker Elisabeth Timmermans de geschiedenis van het daten uit de doeken komt doen. Eigenlijk krijg je deze maand twee dinsdagmenu’s voor de prijs van één, want één week later hebben we Jolien Durwael te gast. Waar zij het over gaat hebben maken we te gepasten tijde nog bekend.

Posted 14/05/2019 by ambijans in Algemeen