Archive for the ‘Algemeen’ Category

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (69)   Leave a comment

trop is te veel

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

De meeste mensen die op vakantie gaan, nemen het er serieus van op alle vlakken. Ze liggen meer dan goed is met hun wit velletje in de zon te braden, hun alcoholverbruik vervierdubbelt zich en als er een all-you-can-eat formule in hun reispakket zit, maken ze ook daar gretig gebruik van. Herkennen jullie jezelf hierin? Geen nood, de meerderheid van de vakantiegangers haalt eruit wat erin zit. Ik kan me bijzonder weinig vakanties herinneren waarin soberheid heerste ten huize Ambijans, tenzij dan die keer dat ik in april 2008 samen met nicht Marleen voor twee weken naar Japan ging waar we de belangrijkste bezienswaardigheden van Honshu gingen bekijken. Op die manier zaten Tokyo, Kyoto, Nara, Nikko, Kamakura en Nagoya in ons reispakket. Het was voor het eerst dat ik buiten Europa reisde. Ik had me vooraf geen verplichting opgelegd om ginds als een pater te gaan leven, maar mijn nicht is de veganistische/macrobiotische keuken genegen dus bij de keuzes van restaurants bleef ik haar solidair volgen. Ik heb me slechts één keer in een puur vlees modus moeten onderdompelen en we zijn ook één keer bij een Indiër gaan eten. Voor de rest heb ik ginds als een asceet geleefd. Ik heb er zelfs leren theedrinken. Toen ik na veertien dagen thuiskwam was het eerste wat mijn moeder zei ‘Jij bent precies afgevallen?’ Thuis op de weegschaal bleek die redenering te kloppen: -4 kilogram op veertien dagen. Lang heeft dat gewichtsverlies echter niet standgehouden. Voor het andere uiterste (jezelf eens serieus laten gaan) moeten we iets verder terug in de tijd, al staat de avond zelf me nog zéér levendig voor de geest. Ik weet zelfs nog de precieze datum (5 maart 1996), omdat die avond Barcelona-PSV werd gespeeld (maar daarover dadelijk meer).  In de vooravond ging ik samen met een oom én een neef iets eten bij Sombrero op de Genkersteenweg in Hasselt. Ik vermoed dat ze daar zoveel jaar na datum nog steeds zo’n ‘all you can eat menu’ voor een zacht prijsje aanbieden? Anyways, de avond begon rustig maar hoe langer de maaltijd vorderde hoe meer ondergetekende zichzelf liet gaan. Dat was mijn nonkel niet ontgaan, want toen ik het uiteindelijk bij de desserts serieus binnen de perken hield moedigde hij mij aan. ‘Tiens, geen ijs? Ginds staat nochtans ook nog chocomousse én taart?’ Een normaal mens zou dan zeggen: ‘Jaja, ik weet het maar ik denk dat ik ruim voldoende heb gegeten.’ Dat deed deze jongen dus niet, want héél parmantig stapte hij opnieuw met zijn bord richting desserts. Alsof mensen thuis via Unibet erop hadden gewed dat ik nog wat extra desserts zou binnenspelen en zo wat extra cash konden verdienen. Na afloop liet ik (toen nog) lachend mijn lege bord aan mijn tafelgenoten zien. Alleen het tevreden boertje ontbrak nog. De avond was nog jong, dus besloten we er een sportieve activiteit aan vast te koppelen: gaan bowlen bij Olympia. Nadat we het juiste schoeisel hadden gevonden trokken we naar de baan. Boven ons hing niet alleen een scorebord waarop we onze naam en resultaat konden invullen, maar er was ook een groot tv-scherm waarop de wedstrijd Barcelona-PSV live werd uitgezonden. Deze wedstrijd dus waarin een glansrol was weggelegd voor medezonhovenaar Luc Nilis. Ons spelletje was nauwelijks begonnen of ik voelde mij al snel loom. Meteen daarna kreeg ik last van buikkrampen en kon ik ternauwernood onderdrukken dat het ruften laten mij nader stond dan het lachen. Je kan al raden dat mijn bowlingspel die avond waardeloos was, tot groot jolijt van mijn medebowlers. Om mijn gedachten wat te verzetten concentreerde ik mij (zo goed en kwaad als het ging!) op die bewuste voetbalmatch. Om het geheel nóg wat erger te maken speelden we niet één maar twee partijtjes bowling die avond. Het spreekwoord ‘zijn ogen zijn groter dan zijn maag’ werd die avond glansrijk door mezelf in beeld gebracht. Mijn advies aan iedereen: niet doen! 😉

Posted 22/04/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (68)   Leave a comment

jong en aan de drank

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Afgelopen weekend speelden we nog eens een quiz waarbij er een ‘zuipprijs’ werd uitgereikt. Ik kan (gelukkig maar zou ik zeggen) vaststellen dat dit fenomeen haast niet meer voorkomt op de quizzen die ik jaarlijks afhaspel. Ik kan best begrijpen dat men dit ‘organiseert’ omdat het ‘gelegenheidsquizzers’ wel eens durft aanmoedigen om te excelleren in dit onderdeel (dat verder niets met het quizzen an sich te maken heeft). Toch ben ik geen voorstander van deze regel, wetende dat overmatige alcoholconsumptie naar mijn mening niet meteen moet worden aangemoedigd. Het gros van de mensen gaat waarschijnlijk redelijk verstandig om met hun alcoholverbruik, maar moeten we daar dan écht een competitie-element van maken? De meningen hierover zullen ongetwijfeld uiteen lopen. Dat brengt mij meteen bij mijn soortgelijke jeugdherinnering die dateert vanuit de tijd dat ik een jaar of 12 was, 1984 of daaromtrent. Tegenover ons woonden een oom en tante die drie kinderen hadden. Mijn neef (de middelste van het gezin) speelt een centrale rol in dit verhaal. Over ons irritante gedrag (hem storen als zijn toenmalige vriendinnetje op bezoek was, sneeuwballen gooien als hij zat te studeren enzovoorts) zullen we het maar niet hebben. Op zekere dag gingen we weer bij hem op bezoek, al had hij niet veel tijd. Hij moest samen met enkele vrienden de feestzaal in De Waerde nog gaan opruimen. Blijkbaar hadden ze daar de dag ervoor nog een fuif gehad en moest de boel er wat worden gefatsoeneerd. Voor mij waren er dus twee opties: met hem meegaan of terug naar huis wandelen. Ik besloot voor optie één te gaan. In de zaal zelf werd er gekeerd, stoelen en tafels werden opgeruimd, glazen werden schoongespoeld etc. Met een man of zeven ging dat redelijk vlot vooruit. Tot één van de aanwezige mannen opwierp dat er wél nog een vat bier was aangestoken dat nog niet helemaal af was. Het vat was toch betaald, dus konden ze dat best verder leegdrinken. Zo gezegd, zo gedaan! Toen ik ‘voor mij een colaatje!’ riep werd dat gewoon weggelachen. ‘Tsja, als we een extra fles frisdrank moeten opendoen gaat ons dat ook extra kosten! Het wordt dus een pintje bier of niets?’ Als de rest daar allemaal bier zou drinken en ik niets, dat zou toch ook raar overkomen? Van één pintje zou ik toch niet doodgaan? Maar één pintje werden er twee, twee werden er vier. Weliswaar gedronken aan mijn eigen tempo! Er was iemand bij die er zonder problemen twee of drie dronk op de tijd dat ik er één wegkapte. Hoeveel pintjes ik daar uiteindelijk heb gedronken op die hele namiddag? Zes, acht of misschien tien? Laat het er ons op houden dat het er zeker té veel waren voor een kind van ongeveer dertien. Hoe waziger mijn zicht werd, hoe joliger de sfeer werd in de kantine. Ik werd na verloop van tijd zelfs niet meer aangemoedigd om iets te drinken, maar stak zelf als een échte man één vingertje omhoog voor mijn volgende pintje. Het staat me nog bij dat we met de hele kliek uiteindelijk de rest van het vat nog hebben uitgezopen (ik kreeg na afloop nog net geen high five voor die weergaloze prestatie!) en dat ik toen met mijn neef terug naar huis ben gereden. Binnendoor met de auto waren we nauwelijks anderhalve kilometer van huis, in tijden dat alcoholcontroles vrijwel onbestaande waren en openbare dronkenschap bijna een volkssport was. Ik herinner me ook niet dat mijn ouders er iets van hebben gezegd achteraf. Of had ik genoeg acteertalent om het te verdoezelen? De levensles die we hieruit moeten leren is, dat we alcoholmisbruik best ontmoedigen … én zeker geen jonge kinderen deelgenoot maken, ook al lijkt dat best gezellig! 😉

Posted 15/04/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (67)   Leave a comment

boeken lezen, een aanrader

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

N.a.v. een bericht van opiniemaker Noël Slangen in Het Belang van Limburg enkele weken geleden vond ik het een ideale gelegenheid om er hier ook eventjes mijn licht over te laten schijnen. Het kwam kort gezegd hier op neer. Het algemene niveau van ons onderwijs gaat terug achteruit en dat is een kwalijke evolutie. Zo blijkt een groot percentage van onze leerkrachten Nederlands jaarlijks geen enkel boek te lezen. Dat is hetzelfde als een kok in een restaurant zonder hotelschoolopleiding, een slager die geen vlees lust of een bakker die nooit brood eet. Hoe kan je nu een beroep uitoefenen tot je pensioenleeftijd als er geen passie is? Ikzelf stam nog uit het tijdperk dat er in de laatste graad van het middelbaar onderwijs een verplicht literatuurlijstje bestond voor het vak Nederlands. Ondertussen zijn die lijstjes niet meer verplicht, al moeten de leerlingen uiteraard wel nog een boek/boeken lezen. Op mijn werkplek merk ik het steeds meer: studenten komen zelf vragen om hen een boek aan te raden dat aan een aantal restricties is gebonden. Of ze komen met een lijstje waarop een tiental titels staan (meestal van minder recente oorsprong). Dat is niet het ergste, wetende dat het vaak over klassiekers in het genre gaat. Het feit dat zo’n vakleerkracht slechts tien titels suggereert voor pakweg tachtig studenten zorgt ervoor dat de vraag véél groter is dan ons aanbod. Een collega van mij had onlangs een moeder aan de lijn die online gezien had dat wij één van de vijf Vlaamse bibliotheken waren die een bepaalde titel in voorraad hadden. Het ging om een boek dat in ons magazijn stond en was uitgebracht in … 1998. Al lachend zei ze tegen de dame aan de telefoon dat ze die leerkracht gerust mocht melden dat er na 1998 nog andere boeken waren geschreven. Niet dat ik voor de toekomst veel beterschap verwacht. Was vroeger dan alles beter? Ik ben geneigd om daar ‘JA’ op te antwoorden. Als kind heb ik altijd graag gelezen, misschien wel meer dan het gemiddelde kind. Na mijn twaalfde levensjaar is er ook bij mij eventjes wat leesmoeheid ingeslopen. In het tweede of derde middelbaar herinner ik mij één boekbespreking van ‘De negerhut van oom Tom’ (ondertussen afgekort tot ‘de hut van oom Tom’ om begrijpelijke redenen) van Harriet Beecher-Stowe. Tot we in het vijfde middelbaar plots les kregen van Pierre Bosmans, tegenwoordig Pedro Bosmans alias Biegel. Die gaf ons al in het begin van het schooljaar een serieuze leeslijst met behoorlijk wat titels. Hij overliep het hele lijstje snel en vertelde er terloops nog even bij wat we ervan konden verwachten. Als een boek eerder bedoeld was voor ‘ervaren lezers’ dan stond er een * bij. Zo kwam je nooit voor verrassingen te staan. Het semester erna mochten we ons toeleggen op poëziebundels. Natuurlijk was er ook de verplichting om zeker een Claus, Mulisch, Reve of W.F. Hermans te lezen want dat was toch de crème de la crème van ons taalgebied. Of we ons lectuurverslag zelf schreven of gewoon afpenden van een ijverige medeleerling speelde in dat geval geen rol. Met één gerichte inhoudsvraag (die van belang was) had hij al een aardig idee of iemand het boek effectief had gelezen. Voor mij was lezen op dat moment geen opgave, al had ik snel uitgemaakt dat ik niets van Ernest Hemingway zou nemen. Bosmans had namelijk dadelijk laten doorschemeren dat dit zijn favoriete auteur was. De literatuurlijst van Guido Cornelissen één jaar later was een stuk beperkter, maar ook vrij actueel. Toen het al lang niet meer nodig was, heb ik nog vaak teruggegrepen naar dat mooie literatuurlijstje van Bosmans (de romansectie, niet het poëziegedeelte). Ik schat dat ik bijna 90 % van die lijst uiteindelijk heb gelezen. Om maar te zeggen: als je je vak met liefde kan doceren, dan volgt de interesse bij de studenten achteraf vanzelf! 😉

Posted 09/04/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (66)   Leave a comment

de romereis, één van de hoogtepunten van de middelbare school

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Straks trekken er weer hele kolonnes bussen vanuit alle Vlaamse windstreken richting Italië voor de zogenaamde Romereis. Wat mij betreft (maar ik kan uiteraard enkel voor mezelf spreken) was dat één van die absolute hoogtepunten uit mijn middelbare schoolcarrière. Of iedereen even wildenthousiast terugdenkt aan die mooie tijd is uiteraard nog maar de vraag. De feiten zijn ondertussen verjaard, de mensen die destijds meegingen zijn al een flink stuk op weg richting ‘bejaard’, al kan ik mij nog héél véél dingen bijzonder goed voor de geest halen. Waar zullen we beginnen? Misschien eerst al maar met het feit dat ik toen al dagboekgewijs bijhield wat ik allemaal uitvrat in mijn leven. Waarop een aantal klasgenoten me aanmoedigde om een uitgebreid reisverslag te schrijven van onze belevenissen ginder die we na afloop zouden verdelen onder alle deelnemers aan de reis. Een idee dat zelfs de goedkeuring kreeg van onze schooldirecteur die ook mee was op die bewuste reis. Het begon al goed toen tijdens het vertrek werd meegedeeld dat iedereen die muziekcassettes bij had, ze gerust mocht afgeven aan de buschauffeur. Op die manier werd een mooie mix van verschillende muziekstijlen door de speakers gejaagd. Eén van de leerlingen vooraan in de bus hield zich bezig met het wisselen van de cassettes. Het werd dus een bont allegaartje aan stijlen. Zo kregen we eerst een hele tijd Frank Zappa en daarna bijvoorbeeld Leonard Cohen (verbazend goede muziek bedenk ik mij ineens, waren wij toen al échte hipsters?). Tijdens Cohen moest de bus behoorlijk véél energie steken om heelhuids door de bergen te geraken, waardoor de cassettedeck oververhit geraakte. Zo leek het plots alsof Cohen vocaal bijna door zijn beste krachten heen zat. Tot we na verloop van tijd alleen nog maar eenzelfde nummer te horen kregen. Wij dachten dat ‘de muziekman’ vooraan was ingedommeld, maar die kon er (na enkele klachten) écht niets aan doen. Dat verrekte ding moest eerst afkoelen! Enkele andere dolle taferelen in verkorte versie: we smokkelden in twee jeansjassen met diepe zakken enkele flessen wijn die we hadden gejat uit een kelder waar we hadden gegeten, die flessen gebruikten we om ’s avonds met de Latinisten een échte togaparty (allemaal gekleed zoals de oude Romeinen in beddenlakens) te houden. Dat we daarmee de begeleidende leerkrachten uit hun slaap hielden zullen ze niet hebben gewaardeerd. Eigenlijk was het bijna elke avond dik feest! Op die manier hebben we één keer het telefoontje van de wekdienst van het hotel genegeerd … én ons ontbijt gemist. Eén van de leerkrachten kwam op de deur kloppen en ons melden dat we een kwartiertje kregen om ons aan te kleden, onze koffer te pakken én de bus in te stappen. Dat was net iets minder grappig! In Sorrento waagden nogal wat mensen zich in de zee om daarna op het strand wat te verbroederen. Op het einde van de avond bleken een aantal meiden uit onze groep de sleutel van hun hotelkamer kwijt, dus werd er met een aantal mensen samengelegd om de boete (voor het verlies ervan) te kunnen bekostigen. In Rome zagen we tijdens een straatact recht vóór onze neus hoe pickpockets te werk gingen. Toen enkele mensen dit met véél kabaal wilden melden aan de plaatselijke politie, werden ze prompt door de carabinieri in de combi gestoken en meegenomen. Enkele straten verder werden ze terug vrijgelaten. Rare jongens, die Italianen! In Firenze hebben we een hele namiddag lang een straatzanger zijn carrière proberen te boosten door hem te helpen met de verkoop van zijn cassettes. Ergens anders hebben we in een hotelkamer met sinaasappelen (ons dessert van ’s middags) naar elkaar zitten gooien. Eén sinaasappel vloog te pletter tegen een egaal witte muur. In tegenstelling tot wat iedereen zou denken bleef zelfs na het nodige schuurwerk de afdruk van sinaasappel zichtbaar. Na het uitchecken nooit meer iets van gehoord! Ergens anders (vermoedelijk in Montecatini) lagen we met een aantal mannen in een mooie tot slaapplaats gerenoveerde paardenstal. Nadat we eerst boven naar wat MTV-achtige muziekzenders hadden gekeken, kwam één van ons al zappend op een niet gescrambled pornokanaal terecht. Na vijf seconden hard gekreun van de acteurs én actrices zat iedereen van ons samen rond de tv. Er werd gelachen, er werd wat gedronken, er werd commentaar gegeven op de beelden die we zagen, … er hing een lekker ouwe-jongens-krentenbroodsfeertje. En dan moest hét moment suprême nog komen. Eén van de Italiaanssprekende leerlingen had (in Rome denk ik) met de conciërge die nachtdienst had afgesproken dat we een gratis fles wijn kregen als we naar beneden kwamen. Helaas moesten we van de schooldirectie vroeg naar onze kamers. Gelukkig bleek er een mooie ontsnappingsroute te bestaan vanuit het slaapkamerraam. Als je daardoor klom, moest je je iets laten zakken tot je op enkele leeggoedkratten stond, waar je dan vanaf kon springen. Het enige probleem: de directeur sliep in de kamer tegenover die kamer (met de deur open). Voor sommige mensen was dat net iets té riskant, dus zij zetten hun joker in. Ik heb toen (samen met twee à drie medeleerlingen) mijn kans gewaagd. Al tartten we nog vreselijk de wet van Murphy die avond. Zo stootte ik eerst nog de douchekraan van de haak waarna die met een hels kabaal tegen de grond ging. Daarna belandde ik vrij onzacht op de kratten onder mij, wat alweer de nodige ergernis gaf. Nog snel langs de conciërge voor de fles wijn en daarna een stuk de stad in wandelen. We hebben ons daar ergens langs de kant gezet, wat gebabbeld en terwijl de fles wijn leeggedronken. Terug thuis was het eindelijk tijd om een reisverslag te maken. Hoeveel mensen dat verslag ooit hebben kunnen lezen (hebben ze er ooit inzage in gekregen?) is mij zoveel jaar na datum onbekend. Ik weet alleen dat ik het samen met nog iemand anders uit onze groep bij de directeur mocht komen uitleggen. ‘Flessen drank gestolen? Togaparty’s gehouden? Ontsnapt uit de kamer én de stad ingegaan? Én porno gekeken op tv?’ ‘Zeg aub dat dit allemaal verzonnen is, want dit is toch té gortig!’ zo raasde de directeur onverminderd voort. ‘En die vulgaire masturbatieverwijzing bij dat porno kijken door het woord ‘Gesamtrücken’ te gebruiken. Walgelijk!’ Vrijwel iedereen die ik vooraf mijn definitieve tekst had laten lezen, lachte zich net een breuk bij dat fragment … behalve onze directeur. Andere tijden (begin jaren ’90), katholieke school, conservatieve opvattingen weet je wel? ‘Als ik ook maar één klacht hoor van medeleerlingen, dan vlieg je onmiddellijk van school! Heb je dat goed begrepen?’ brulde hij op het einde van zijn betoog. Nee, het was geen gezelligheidsbezoekje geworden. Ik besloot (om de schade verder te beperken) een aantal leerlingen persoonlijk aan te spreken, al halvelings mijn excuses aan te bieden en te vragen wat zij ervan vonden. Het ging dan om mensen met wie ik een beetje de draak had gestoken of zij die herkenbaar waren door de teneur van mijn tekst. Niemand bleek er écht aanstoot aan te hebben genomen (gelukkig maar!). Conclusie: onze Romereis was fantastisch, maar het einde zorgde helaas voor een serieus mineurakkoord.

Posted 03/04/2019 by ambijans in Algemeen

Dinsdagmenu Toni Coppers   Leave a comment

toni coppers

Truienaar Toni Coppers (°1961) is anno 2019 één van Vlaanderens favoriete misdaadauteurs. Met zijn misdaadromans won hij zowat elke thrillerprijs die er te winnen valt. In 2016 verscheen de langverwachte verfilming van zijn Liese Meerhout thrillers in de misdaadreeks ‘Coppers’ op VTM. Hij debuteerde in 1995 met ‘De Beha van Madonna, brieven van een reiziger’, waarin hij literaire reisbrieven schreef aan vrienden en bekenden. In die tijd was Coppers reisjournalist voor Radio 1 en produceerde hij meerdere reisprogramma’s bij de openbare omroep. Hij was in totaal 26 jaar werkzaam als producer en presentator bij de VRT. Vorig jaar vierde hij zijn tienjarig jubileum als thrillerschrijver. Op ons dinsdagmenu vertelt hij meer over de ontstaansgeschiedenis van zijn boeken en gaat hij graag in interactie met het aanwezige lezerspubliek. Voor zijn trouwe fans een mooie aanvulling, voor wie zijn werk nog niet kent wellicht een prettige eerste kennismaking. Men zegt wel eens dat Coppers lezen verslavend werkt. Wie graag wil weten of die bewering enige kern van waarheid bevat weet waar hij/zij vanavond terecht kan: de bibliotheek van Zonhoven tussen 20u en 22u30. Vooraf een plaats reserveren is niet nodig, iedereen is van harte welkom!

UPDATE

De mensen die gisteravond aanwezig waren zullen het vast en zeker met me eens zijn: wat kan die Toni Coppers boeiende verhalen vertellen zeg. Dat is dan nog vrij opmerkelijk zeker gezien zijn nogal rumoerige levensloop. Op zijn zestiende naar de officierenschool in Sint-Truiden, daar vrij snel uit gevlucht, zich ingeschreven aan een technische school en door een administratieve fout in de richting ‘haartooi’ terechtgekomen. Hierna gelukkig een intelligente leerkracht tegen het lijf gelopen waarna hij zich heroriënteerde en in de richting secretariaat-talen terechtkwam. Als zoon van niet lezende ouders moest hij het met een viertal strips doen, tot er in de plaatselijke openbare bibliotheek plots een wereld voor hem opengaat. Via de Wereldomroep komt hij bij de VRT terecht, schrijft zijn eerste boek (geen thriller!) en dat leidt uiteindelijk naar de Liese Meerhout thrillers. Hij vertelde vol vuur hoe bepaalde romans tot stand kwamen, hoe zijn familieleden soms de eerste aanzet geven naar een nieuw boek én over zijn knipselmap die hem inspiratie verschaft. Het publiek hing aan zijn lippen, maar Toni is dan ook een bijzonder intrigerend man. Na zo’n lezing als die van gisteren ben ik ineens ontzettend benieuwd geworden naar zijn boeken, dus ik zal me de komende tijd aan een aantal titels van hem gaan wagen. Dat is ook de bedoeling van onze dinsdagmenu’s: interessante sprekers met een boeiend verhaal die mensen twee uur lang kunnen begeesteren. Gisteravond was het bingo!

Posted 26/03/2019 by ambijans in Algemeen, Literatuur

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (65)   Leave a comment

kinderbios, vaste afspraak op woensdagnamiddag

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Bepaalde dingen uit je jeugdjaren vergeet je nooit meer. Zoals bijvoorbeeld het feit dat een flink gedeelte van onze woensdagnamiddagen tussen 1980 en 1985 meestal werd opgesoupeerd door het kijken naar Kinderbios op de AVRO. Dat was een twee uur durend programma met veelal tekenfilms (ik herinner mij o.a. Topkat, Popeye en De Hulk), filmpjes van Laurel & Hardy en op tijd en stond zat er zo’n langere magisch aandoende Tsjechische jeugdfilm in het aanbod. Het programma werd gepresenteerd door Hans van der Togt én een pop die Boris heette. Terwijl mijn broer en ik voor het scherm zaten was mijn moeder vaak in de weer met wafels bakken. Héél af en toe konden het voor de verandering ook wel eens oliebollen zijn. Eén van dé topmomenten van het wafels bakken was steeds weer het ogenblik waarop we de eerste nog warme gebakken wafels alvast mochten voorproeven. Bij ons gingen de gebakken wafels daarna steeds in een doos van Quality Street. Hoe sneller je de wafels opat hoe zachter ze waren van structuur. Wanneer ze een tijdje (té lang?) in de doos hadden gezeten werden ze zo hard als een baksteen. Je kon er iemands hoofd mee inslaan bij wijze van spreken. Mijn moeder liet ons ook steeds de restjes van de pan waarin het wafeldeeg had gezeten uitlikken. We zaten dan met onze vingers door de pan te roeren tot er deeg aanhing om ‘m nadien gelukzalig in onze mond te laten verdwijnen. Misschien was dat ritueel zelfs nóg magischer dan het eten van de wafels zelf. Niet enkel de randjes werden vakkundig schoongelikt, maar ook het keukengerei dat ervoor werd gebruikt. Het waren van die woensdagnamiddagen waarvan je achteraf denkt ‘Die komen helaas nooit meer terug!’

Posted 25/03/2019 by ambijans in Algemeen

Herinneringen uit mijn jeugdige jaren (64)   Leave a comment

de Limburgse clubs in de JPL

In deze rubriek rakelen we herinneringen op aan (lang) vervlogen tijden. Dingen die ik om de één of andere reden ben blijven onthouden omdat ze grappig, ontroerend, beklijvend of gewoonweg interessant waren. Soms zijn ze universeel en zéér herkenbaar. Of iets zich nu in Zonhoven afspeelde of daarbuiten heeft in dat geval weinig belang. We streven naar een herinnering of honderd, daarna is het tijd voor weer iets nieuws.

Ook deze week komt mijn jeugdherinnering uit het voetbal aandwarrelen. Met de nakende play offs in ons achterhoofd kunnen we ons een aantal bedenkingen maken. Zo is het voor de modale Limburgse voetballiefhebber (zonder directe voorkeur voor een bepaalde club) wellicht jammer dat het niet Genk én STVV in play off 1 is maar enkel én alleen Genk. Als ik uit eigen ervaring spreek, dan moet ik zeggen dat STVV niet zal worden gemist (lees ‘ze verdienden play off 1 wel, maar ik zal er geen traan om laten dat ze play off 2 spelen’). Er hangt nl. een anekdote aan vast van die enige keer dat ik op Stayen naar een wedstrijd ben gaan kijken jaren geleden. Winterslag en Waterschei waren al een tijdje opgegaan in KRC Genk, maar leg dat maar eens uit aan een Truienaar zonder dat ie repliceerde met een volzin met daarin de woorden ‘allemaal met geld gekregen van de KS’. Op zo’n momenten weet je meteen hoe kleinkinderen van Vlaamse collaborateurs zich voelen als het oorlogsverleden alweer wordt opgerakeld. Tegen zo’n dwaze veralgemening is geen kruid gewassen. Elke discussie wordt meteen in de kiem gesmoord. Vrienden van ons hadden tickets gescoord voor het Genkvak en waren vooraf al iets gaan drinken in het centrum van Sint-Truiden. Achteraf hoorden we van hen dat de sfeer daar nogal opgefokt was. De supportersclans intimideerden elkaar wat, enkele Genkfans hadden nog een motorfiets door de voorruit van café De Bink gegooid, … de voorbode van nogal wat agitatie in én rond het stadion later op de dag. Nu goed, ik was samen met een vriend naar Stayen gereden (ik écht als ‘neutrale’ supporter, hij als Genksupporter), maar zonder dat we zichtbare clubkleuren droegen. We zaten trouwens in het neutrale vak, dus we voelden ons eigenlijk op ons gemak. Alles verliep rustig tot Philippe Clement de 0-1 aantekende voor Genk. We aarzelden nog om recht te springen maar hielden het bij een beleefdheidsapplausje. Dat was blijkbaar niet naar de zin van sommige mensen in dat neutrale vak. Waarom hadden wij daarnet geapplaudisseerd? ‘Euhm … omdat Genk had gescoord tiens?’ Duidelijk een fout antwoord. Tijdens de rust vroeg iemand ons waar we vandaan kwamen. ‘Uit Zonhoven, meneer.’ ‘Aaaah, maar dan zijn jullie supporters van Genk?’ ‘Meneer alstublieft, wij komen gewoon om een mooie voetbalmatch te zien, mag het ja?’ We wisten meteen dat het neutrale vak bij STVV allerminst neutraal was op dat ogenblik. Al vrij snel in de tweede helft zorgde Branko Strupar voor de 0-2. Om de mensen rond ons te jennen sprongen we deze keer wél recht en we balden onze vuisten. De tegenreactie kwam onmiddellijk. ‘Jullie moesten beschaamd zijn om supporter van Genk te zijn. Die hebben ALLES cadeau gekregen van de Kempische Steenkoolmijnen en Thyl Gheyselinck. Allemaal ter compensatie van die stomme mijnwerkers!’ ‘Excuseer? Mijn vader is wel mijnwerker geweest hè!’ riep mijn kameraad onmiddellijk. Vanaf toen was het om zeep. Er werd wat geduwd en getrokken in onze tribune, doch veelal kregen we nog een halfuur af te rekenen met verbaal geweld van zéér bedenkelijk allooi. We besloten allebei om voor de rest gewoon te zwijgen om het niet nóg erger te maken. Ons lot was bezegeld: tot het einde van de wedstrijd werden we voortdurend geïntimideerd door de Truienaars in ons vak. Genk won de wedstrijd met 0-2 en wij trokken na afloop onmiddellijk naar de parking om de wagen op te halen. Op weg daar naartoe werden we gevolgd door diezelfde groep STVV-supporters uit het neutrale vak. Onze grote angst was vooral dat ze ons daar (eens we aan de auto waren) met een man of tien in mekaar zouden slaan. We konden niet anders dan op goed geluk zwijgend naar ginds wandelen. Uiteindelijk geraakten we makkelijk in onze auto en ook op de terugweg waren er verder geen onaangename obstakels meer. Ik herinner me dat ik in de auto nog zeker tien keer tegen mijn kameraad heb gezegd: ‘Ik ben een grote voetballiefhebber, maar no way dat ik ooit nog bij die fruitboeren van Sint-Truiden in de tribune wil gaan zitten!’ 😉

Posted 19/03/2019 by ambijans in Algemeen